Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Stichting Dunamare Onderwijsgroephandelend als het bevoegd gezag van
[school],
1.Het procesverloop
2.De zaak in het kort
3.Feiten
4.De vordering
5.Het verweer
en Dunamare erkennen dat er bij het vak Engels een verkeerde naam bij een rapportopmerking is geplaatst, maar die fout is hersteld en de docent(e) in kwestie heeft excuses gemaakt. Zij betwisten dat tegenvallende beoordelingen van de leerling het gevolg zijn van een ‘racisten-mentaliteit’ of dat sprake is van intimiderend gedrag. Zij voeren aan dat toetswerk wordt besproken en teruggegeven door de docent zodat inzage niet nodig is. De school heeft inzage niet geweigerd, maar heeft aangedrongen op een gesprek waarbij ook aandacht besteed kon worden aan de resultaten en gevraagde inzage. Dit weigerde [eiser] waarna hij onder meer [gedaagde 1] en een individuele docent aansprakelijk heeft gesteld, gevolgd door diverse dagvaardingen die ook gericht waren aan individuele leraren.
heeft nog aangevoerd dat niet duidelijk is welk ernstig persoonlijk verwijt hem wordt gemaakt en waarom dit moet leiden tot aansprakelijkheid. Hij betwist dat hij aangifte tegen [eiser] heeft gedaan. Hij heeft weliswaar met de politie contact opgenomen maar slechts om advies gevraagd, aangifte kon hij niet doen. Hij erkent dat hij ook contact met ‘veilig thuis’ heeft gehad, omdat de ouders niet in het belang van de leerling handelden. [gedaagde 1] heeft dat contact niet doorgezet, omdat dit niet meer in het belang van de leerling was toen hij geen onderwijs meer op de school volgde. Ten slotte betwisten gedaagden dat de ouders van de leerling door hen zijn geïntimideerd. Met name betwisten zij dat sprake is van traumatisering van de moeder van de leerling door toedoen van gedaagden in het gesprek van 7 april 2021.
6.De beoordeling
‘verwijtbaar zijn voor de nadelen, stress aan het kind, bedriegen en gevolgen daarvan’en ‘
het weigeren voor inzage in toetsen en scoring van het kind, voor het weigeren of niet nakomen op het eerste verzoek tot de herziening van deze toetsen en cijfers’, en
‘Het kind is reeds gekwetst en is continu in trauma om de school en zijn klasgenoten te gaan missen.’,leidt de kantonrechter af dat het om immateriële schadevergoeding gaat. Zou [eiser] hebben beoogd materiële schadevergoeding te vorderen, dan heeft hij die vordering onvoldoende geconcretiseerd en onderbouwd, zodat een dergelijke vordering hoe dan ook niet kan slagen.