Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Kamer van Koophandel
Rechtbank Noord-Holland
De zaak betreft een geschil tussen de Kamer van Koophandel en een werknemer over de berekening van de transitievergoeding. De kernvragen waren of dienstjaren bij de Kamer van Koophandel Noordwest-Holland meetellen en of harmonisatietoelagen onderdeel zijn van het loon voor de transitievergoeding.
De kantonrechter stelt vast dat de werknemer vanaf 1 december 1984 bij de Kamer van Koophandel Noordwest-Holland werkte en vanaf 1 maart 1998 bij de Kamer van Koophandel Amsterdam. Omdat deze Kamers tot 2014 zelfstandige rechtspersonen waren en de werknemer op eigen initiatief overstapte, is er geen sprake van opvolgend werkgeverschap. Daarom tellen alleen de dienstjaren vanaf 1 maart 1998 mee.
Ten aanzien van de harmonisatietoelagen oordeelt de kantonrechter dat deze niet als vaste of variabele looncomponenten kwalificeren volgens het Besluit loonbegrip en de Regeling looncomponenten. De toelagen zijn compensaties voor het wegvallen van eerdere arbeidsvoorwaarden, worden maandelijks uitbetaald, maar zijn geen vaste eindejaarsuitkeringen of looncomponenten die meetellen voor de transitievergoeding.
De kantonrechter concludeert dat de dienstjaren bij de Kamer van Koophandel Noordwest-Holland niet meetellen en de harmonisatietoelagen buiten beschouwing blijven bij de berekening van de transitievergoeding. Partijen dragen ieder hun eigen proceskosten.
Uitkomst: Voor de transitievergoeding tellen alleen dienstjaren vanaf 1 maart 1998 mee en harmonisatietoelagen worden niet als looncomponenten meegenomen.