Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.[passagier sub 1]
[passagier sub 2]
Rechtbank Noord-Holland
De passagiers hadden een vervoersovereenkomst met de vervoerder voor een vlucht van Barcelona naar Rotterdam die met meer dan drie uur vertraging aankwam. AirHelp vorderde namens de passagiers compensatie wegens deze vertraging, maar de vervoerder weigerde te betalen.
De vervoerder stelde dat de passagiers hun vorderingsrecht hadden overgedragen aan AirHelp door ondertekening van een assignmentformulier, waardoor zij zelf geen vorderingsrecht meer hadden. De kantonrechter stelde vast dat de Nederlandse rechter bevoegd was en dat het ondertekende assignmentformulier als een akte van cessie kwalificeert.
Hierdoor zijn de passagiers niet-ontvankelijk in hun vordering. De proceskosten worden aan de passagiers opgelegd, maar een integrale proceskostenveroordeling wordt afgewezen vanwege het late tijdstip van het verzoek door de vervoerder. Ook nakosten komen voor rekening van de passagiers.
Uitkomst: Passagiers worden niet-ontvankelijk verklaard in hun vordering wegens cessie aan AirHelp en veroordeeld in proceskosten.