De passagier had een vervoersovereenkomst met de vervoerder voor een vlucht van Amsterdam via Lissabon naar Accra op 18 en 19 oktober 2019. Door vertraging van de eerste vlucht miste zij de aansluitende vlucht en kwam met meer dan drie uur vertraging aan op de eindbestemming.
De passagier vorderde compensatie van €600 op grond van Verordening (EG) nr. 261/2004, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten. De vervoerder betwistte de aansprakelijkheid en stelde dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk een nieuw slot opgelegd door luchtverkeersbeheer (ATFM).
De kantonrechter oordeelde dat de vervoerder onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden, omdat het bewijs beperkt was tot een screenshot en een productie die betrekking had op een andere vlucht. Hierdoor werd de vordering tot compensatie toegewezen, inclusief wettelijke rente vanaf de dag na de geplande aankomst en proceskosten.