Partijen zijn gehuwd onder huwelijkse voorwaarden en zijn gescheiden. De rechtbank behandelt de verdeling van de gemeenschap van inboedel, de gemeenschappelijke woning gefinancierd met hypothecaire leningen op naam van de vrouw, en de tandartspraktijk die deel uitmaakt van een maatschap.
De inboedel wordt verdeeld waarbij de vrouw het turquoise bankje krijgt, de man behoudt de overige inboedel. De woning wordt toegewezen aan de man, maar de waarde wordt opnieuw getaxeerd omdat partijen geen bindende overeenstemming bereikten over de waarde van € 875.000. De vrouw is gehouden de hypothecaire leningen alleen af te lossen, de man is niet medeschuldenaar. De man mag de woning zes maanden blijven bewonen en moet vanaf 1 november 2020 rente en eigenaarslasten vergoeden.
De tandartspraktijk in [plaats] wordt aan de vrouw toegedeeld tegen een waarde van € 139.605, gebaseerd op een goodwill van € 50 per patiënt. Overige geschillen over de en/of rekening en belastingaanslagen worden afgewezen of conform contractuele afspraken toegewezen. De rechtbank wijst verdere verzoeken af en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.