Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Het procesverloop
2.De feiten
Na ommekomst van de in 3.2 genoemde periode wordt deze huurovereenkomst (…) voortgezet voorna overleg wordt de periode vastgesteld.
Rechtbank Noord-Holland
De zaak betreft een geschil over de looptijd en beëindiging van een huurovereenkomst voor bedrijfsruimte tussen eiser en gedaagde. De overeenkomst was aangegaan voor een jaar en daarna verlengd met drie maanden, waarna volgens de kantonrechter op grond van de wet sprake is van een looptijd van vijf jaar vanaf 1 februari 2018. Gedaagde stelde dat de overeenkomst per 1 juli 2021 was geëindigd, maar dit werd onvoldoende onderbouwd en verworpen.
Eiser vorderde ontbinding van de huurovereenkomst en betaling van huurachterstand en schadevergoeding. Gedaagde stelde een tegenvordering in tot vaststelling van een eerdere einddatum en verrekening van bedragen. De kantonrechter oordeelde dat er geen overeenstemming was over een eerdere einddatum en dat de overeenkomst doorloopt tot 31 januari 2023.
De kantonrechter stelde vast dat er een onbetwiste huurachterstand van acht maanden was, wat ontbinding en ontruiming rechtvaardigde. De gevorderde wettelijke rente werd toegewezen vanaf de dagvaarding. De schadevergoeding werd beperkt tot drie maanden huur na ontruiming, met een schadestaatprocedure voor verdere schade. De tegenvordering werd afgewezen en de proceskosten werden aan gedaagde opgelegd.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming en betaling van huurachterstand, schadevergoeding en proceskosten.