Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 januari 2022 in de zaak tussen
[X], te [Z], eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Amsterdam, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
a. het bestuursorgaan in gebreke is tijdig een besluit te nemen, en
b. twee weken zijn verstreken na de dag waarop belanghebbende het bestuursorgaan schriftelijk heeft medegedeeld dat het in gebreke is.
Beslissing
- verklaart het beroep in verband met het niet tijdig nemen van een besluit op het bezwaar van 3 mei 2016 gegrond;
- vernietigt het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit;
- draagt verweerder op alsnog een besluit te nemen binnen twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak;
- verklaart het beroep gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit op het bezwaar van 8 maart 2021 niet-ontvankelijk;
- bepaalt dat verweerder aan eiseres een dwangsom van € 100 verbeurt voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van
- stelt vast dat verweerder als gevolg van het niet tijdig beslissen een dwangsom als bedoeld in artikel 4:17 van Pro de Awb heeft verbeurd van in totaal € 1.442;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten tot een bedrag van in totaal € 379,50;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 360 aan eiseres te vergoeden, en
- bepaalt dat de bedragen van de proceskosten en het griffierecht door verweerder vermeerderd dienen te worden met de wettelijke rente te rekenen vanaf vier weken na de datum waarop deze uitspraak is gedaan tot aan de dag van voldoening.