AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Niet-ontvankelijk verklaring verzet tegen onterecht gewezen verstekvonnis
In deze zaak kwam de gedaagde in verzet tegen een verstekvonnis van 5 januari 2022. De gedaagde stelde dat het verstekvonnis onterecht was, omdat zijn advocaat zich tijdig had gesteld bij een stelbrief voor de rolzitting. De rechtbank onderzocht dit en stelde vast dat het stelformulier weliswaar was ontvangen, maar om onbekende redenen niet was gezien, waardoor abusievelijk verstek was verleend.
De rechtbank oordeelde dat het vonnis van 5 januari 2022 het karakter heeft van een vonnis op tegenspraak. Op grond van artikel 143 RvPro staat tegen een dergelijk vonnis het rechtsmiddel van verzet niet open, maar alleen hoger beroep. Daarom werd het verzet van de gedaagde niet-ontvankelijk verklaard en werd hij veroordeeld in de proceskosten.
De rechtbank kwam daardoor niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van het geschil. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid om binnen drie maanden na het vonnis van 5 januari 2022 hoger beroep in te stellen. De kosten aan de zijde van Allianz werden begroot op € 1.114,00.
Het vonnis werd gewezen door rechter W.S.J. Thijs en op 30 maart 2022 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het verzet tegen het verstekvonnis wordt niet-ontvankelijk verklaard en de verzetvoerder wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitspraak
vonnis
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
Zittingsplaats Haarlem
zaaknummer / rolnummer: C/15/324814 / HA ZA 22-100
Vonnis in verzet van 30 maart 2022 (bij vervroeging)
in de zaak van
de naamloze vennootschap
ALLIANZ BENELUX N.V.,
gevestigd te Brussel,
eiseres,
gedaagde in het verzet,
advocaat mr. M.R. Lauxtermann te Amsterdam,
tegen
[gedaagde],
wonende te [plaats],
gedaagde,
eiser in het verzet,
advocaat mr. P.J.A. van de Laar te Eindhoven.
Partijen zullen hierna Allianz en [gedaagde] worden genoemd.
1.De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het verstekvonnis van 5 januari 2022,
de verzet dagvaarding van 17 januari 2022,
het tussenvonnis van 23 februari 2022,
de brief van Allianz van 17 maart 2022 met productie 10,
de brief van de rechtbank van 18 maart 2022,
de spreekaantekeningen van Allianz,
de aantekeningen van de griffier van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht tijdens de mondelinge behandeling van 23 maart 2022.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2.De overwegingen
2.1.
[gedaagde] is bij dagvaarding van 17 januari 2022 in verzet gekomen tegen het vonnis van deze rechtbank van 5 januari 2022 in de zaak bekend onder zaaknummer / rolnummer C/15/322922 / HA ZA 21-640.
2.2.
In de verzet-dagvaarding stelt [gedaagde] dat het verstekvonnis ten onrechte is gewezen, aangezien mr. P.J.A. van de Laar zich voor [gedaagde] heeft gesteld bij stelbrief voor de rolzitting van 8 december 2021. Naar aanleiding hiervan heeft de rechtbank partijen bij brief van 18 maart jl. bericht dat tijdens de mondelinge behandeling de vraag aan de orde zou komen in hoeverre het verstekvonnis kwalificeert als vonnis op tegenspraak, waartegen slechts hoger beroep en geen verzet openstaat.
Op de zitting heeft Allianz gesteld dat het stelformulier van [gedaagde] de rechtbank blijkbaar niet heeft bereikt en dat er terecht verstek is verleend. [gedaagde] heeft zich ter zitting gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
2.3.
Gelet op de stellingen in de verzet-dagvaarding en hetgeen partijen op zitting over het stelformulier hebben verklaard, heeft de rechtbank onderzoek gedaan naar de ontvangst van het stelformulier. Daaruit is gebleken dat het stelformulier op 1 december 2021 door de rechtbank is ontvangen. Om redenen die helaas niet bekend zijn, is het stelformulier niet gezien, waardoor abusievelijk verstek is verleend. De rechtbank had geen verstek mogen verlenen.
2.4.
Het vorenstaande betekent dat het vonnis van de rechtbank van 5 januari 2022 het karakter heeft van een vonnis op tegenspraak, waartegen gelet op het bepaalde in artikel 143 RvPro het rechtsmiddel van verzet niet openstaat. Dat de rechtbank er van uit is gegaan dat [gedaagde] niet was verschenen maakt dit niet anders. Daarnaast is niet de uiterlijke verschijningsvorm van het vonnis in dit verband beslissend, maar hoe het vonnis had behoren te worden uitgesproken.
2.5.
[gedaagde] zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn verzet en worden veroordeeld in de proceskosten van verzet.
2.6.
Aan verdere inhoudelijke beoordeling van het geschil tussen partijen wordt daarom niet toegekomen.
2.7.
De rechtbank wijst partijen wellicht ten overvloede op de mogelijkheid om binnen drie maanden na het vonnis van de rechtbank van 5 januari 2022 daartegen in beroep te komen, te rekenen vanaf de dag van de uitspraak.
3.De beslissing
De rechtbank
3.1.
verklaart [gedaagde] niet-ontvankelijk in zijn verzet tegen het vonnis van de rechtbank van 5 januari 2022;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de kosten van deze procedure, tot vandaag aan de zijde van Allianz begroot op € 1.114,00 aan salaris advocaat (1 punt);
3.3.
verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en in het openbaar uitgesproken op 30 maart 2022. [1]