Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.De vordering
- €400,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;
- de proceskosten.
Rechtbank Noord-Holland
AirHelp vordert compensatie namens een passagier wegens annulering van vlucht TK 1005 van Istanbul naar Skopje op 3 februari 2019. De passagier was omgeboekt naar een alternatieve vlucht na annulering. De vervoerder weigerde betaling, stellende dat de annulering te wijten was aan buitengewone omstandigheden.
De kantonrechter stelt vast dat AirHelp het vorderingsrecht rechtsgeldig heeft verkregen via cessie van de passagier. Hoewel de vervoerder betoogt dat AirHelp niet aan haar substantiërings- en stelplicht heeft voldaan, oordeelt de rechter dat AirHelp voldoende concrete gegevens over de vertraging en annulering heeft verstrekt.
De vervoerder voert aan dat harde windstoten op Skopje Airport de landing onmogelijk maakten en overlegt een METAR-rapport ter onderbouwing. De kantonrechter acht dit aannemelijk en concludeert dat de annulering het gevolg is van buitengewone omstandigheden. Tevens heeft de vervoerder de passagier omgeboekt naar de eerstvolgende beschikbare vlucht, waarmee hij aan zijn verplichtingen heeft voldaan.
De vordering tot compensatie wordt daarom afgewezen en AirHelp wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten. De uitspraak benadrukt het restrictieve karakter van de Verordening (EG) nr. 261/2004 bij toepassing van buitengewone omstandigheden.
Uitkomst: De vordering tot compensatie wordt afgewezen wegens buitengewone weersomstandigheden en voldoende getroffen maatregelen door de vervoerder.