ECLI:NL:RBNHO:2022:3017
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugvordering toeslag wegens schending inlichtingenplicht en dringende redenen
Eiser ontvangt sinds januari 2016 een WIA-uitkering met toeslag. In maart 2017 meldde hij een adreswijziging maar niet de wijziging van zijn samenlevingsvorm, wat relevant is voor de toeslag. Verweerder beëindigde de toeslag en vorderde het onterecht ontvangen bedrag terug.
Eiser voerde aan dat hij de wijziging wel had gemeld via de verzekeringsarts en dat hij door schuldsanering verminderd zicht had op zijn financiële situatie. Verweerder handhaafde de terugvordering en stelde dat eiser niet te goeder trouw was.
De rechtbank oordeelt dat eiser de inlichtingenplicht heeft geschonden, maar dat verweerder niet voldoende heeft gemotiveerd waarom geen dringende redenen bestaan om af te zien van terugvordering. Gezien de schuldsanering, psychische klachten en het ontbreken van verwijtbaarheid acht de rechtbank de terugvordering onredelijk.
Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met deze uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit tot terugvordering wordt vernietigd.