Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.De vordering
- € 250,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf datum van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;
- de proceskosten en de nakosten.
Rechtbank Noord-Holland
AirHelp vordert compensatie namens een passagier wegens een vertraging van meer dan drie uur op een vlucht van Amsterdam naar Lviv via Warschau. De passagier miste hierdoor zijn aansluitende vlucht. De vervoerder betwist de vordering en beroept zich op buitengewone omstandigheden, waaronder ATFM-beperkingen door verminderde luchtruimcapaciteit en vertraging van een voorgaande vlucht.
De kantonrechter stelt vast dat de Nederlandse rechter bevoegd is en dat de passagier inderdaad meer dan drie uur vertraagd aankwam, wat in beginsel recht geeft op compensatie volgens Verordening (EG) nr. 261/2004. De vervoerder heeft echter voldoende bewijs geleverd dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden, zoals restricties opgelegd door luchtverkeersleiding en weersomstandigheden, die niet vermeden konden worden ondanks redelijke maatregelen.
Hoewel de vervoerder een te krappe overstaptijd had ingepland, had de passagier ook bij een redelijke buffer zijn aansluitende vlucht niet kunnen halen vanwege de vertraging. De vervoerder heeft de passagier omgeboekt naar een andere vlucht. De vordering tot compensatie wordt daarom afgewezen en AirHelp wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot compensatie wegens vluchtvertraging wordt afgewezen omdat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden en redelijke maatregelen zijn getroffen.