Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De zaak in het kort
2.Het procesverloop
3.De feiten
is vervolgens bij hem langs geweest en heeft geconstateerd dat de muziek welke de heer [gedaagde] draait inderdaad erg veel overlast veroorzaakt bij de woning van [de bovenbuurman] .”
4.De vordering
5.Het verweer
6.De beoordeling
weet wat er zich in de wijk afspeelt en dat huurders niet bang moeten zijn voor de negatieve gevolgen indien zij een klacht indienen.” De Huurcommissie heeft ook aangegeven dat het goed was dat Elan buurtbemiddeling wilde starten. Dit is echter tot op heden niet gebeurd. Volgens Elan omdat [gedaagde] daaraan niet wilde meewerken, maar [gedaagde] heeft dit betwist en heeft gesteld dat het niet is doorgegaan als gevolg van de coronapandemie, iets wat in de uitspraak van de Huurcommissie ook al was aangegeven. Juist ook omdat [gedaagde] eerder heeft aangetoond dat hij zich na gesprekken goed aan afspraken kan en wil houden – er waren immers van 2013 tot en met 2019 geen klachten meer over hem – terwijl de overlastmeldingen zijn gestart vanaf het moment dat [gedaagde] voor zijn gevoel te weinig gehoor kreeg ten aanzien van zijn klachten tegen de bovenbuurman, en anderzijds omdat de gevolgen van een ontruiming voor [gedaagde] zeer groot zullen zijn, kan de ontruiming niet worden toegewezen zonder dat eerst nog een poging tot buurtbemiddeling is gedaan. Op dit moment staat onvoldoende vast dat Elan zich daartoe voldoende heeft ingespannen, terwijl Elan hiervoor wel had moeten zorgen, gelet op haar maatschappelijke functie en de daaruit voortvloeiende sociale verplichtingen. Onder deze omstandigheden is een ontbinding op dit moment (nog) niet gerechtvaardigd.