ECLI:NL:RBNHO:2022:3191

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
31 januari 2022
Publicatiedatum
12 april 2022
Zaaknummer
9523189 \ WM VERZ 21-1004
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11 WAHVArt. 6:7 AwbArt. 9 WAHVArt. 14 WAHV
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Matiging van boetes voor onverzekerd houden van meerdere voertuigen door hetzelfde bedrijf

Betrokkene werd beboet voor het niet afsluiten en in stand houden van de vereiste verzekering voor acht voertuigen. De boetes werden opgelegd door de officier van justitie, maar betrokkene stelde beroep in bij de kantonrechter nadat het beroep bij de officier van justitie niet-ontvankelijk werd verklaard vanwege te late indiening.

De kantonrechter oordeelde dat de termijnoverschrijding van 22 dagen niet aan betrokkene kon worden tegengeworpen, mede vanwege de complexiteit van de zaak en nalatigheid van het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) bij de adressering van de zaken. Betrokkene had aannemelijk gemaakt dat de financiële lasten van de boetes zeer groot waren en dat de verzekeraar nalatig was geweest in het monitoren van de verzekeringen.

Hoewel de boetes terecht waren opgelegd, matigde de kantonrechter deze tot de helft van het oorspronkelijke bedrag van €400 per boete, namelijk €200, vanwege de bijzondere omstandigheden. De beslissing van de officier van justitie werd daarmee gedeeltelijk gewijzigd.

Uitkomst: De boetes voor het onverzekerd houden van voertuigen worden gematigd tot de helft wegens nalatigheid van de verzekeraar en de financiële impact op betrokkene.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknummer : 9523189 \ WM VERZ 21-1004
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 31 januari 2022
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [postcode] [woonplaats]
(hierna te noemen: betrokkene).

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 31 januari 2022. Op de zitting is geen vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Namens betrokkene is [vertegenwoordiger] , statutair directeur, verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: voor een motorrijtuig niet de vereiste verzekering afsluiten en in stand houden.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.
Betrokkene heeft aangevoerd niet in staat te zijn de in artikel 11 WAHV Pro voorgeschreven zekerheid te betalen, doordat er acht boetes voor dezelfde gedraging tegelijk zijn opgelegd voor acht aparte voertuigen. Dit heeft tot gevolg dat betrokkene bij elkaar zo’n € 1.600,00 aan zekerheidsstelling had moeten voldoen. Betrokkene heeft ter zitting voldoende aannemelijk gemaakt dat dit een zeer grote kostenpost is na een lange periode waarin het al zeer moeilijk is om een onderneming gezond te houden. De kantonrechter is hierdoor van oordeel dat er voldoende aanleiding bestaat om het bedrag van de door betrokkene te betalen zekerheid te verlagen tot nihil.
Betrokkene heeft het beroep bij de officier van justitie te laat ingesteld. Volgens artikel 6:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht is de termijn voor het indienen van een beroepschrift zes weken. Het beroep is door betrokkene ingesteld op 27 januari 2021, terwijl dat beroep uiterlijk op 5 januari 2021 ontvangen had moeten zijn. Betrokkene heeft ten aanzien hiervan uitgelegd, dat hij in korte tijd meerdere boetes ontving, en daarom hulp heeft gezocht om dit uit te zoeken en hier bezwaar tegen te maken. De persoon die betrokkene heeft ingeschakeld is geen jurist. Betrokkene heeft aangegeven dat hij, samen met de adviseur, naar beste vermogen geprobeerd om deze zaken goed op te pakken.
Buiten dit kader heeft betrokkene aangevoerd dat het hem leek alsof de hele aanpak van het CVOM erop gericht was tegenstand zo moeilijk mogelijk te maken. Zo waren vijf van de zes zaken die op deze zitting aan de kantonrechter voorliggen aanvankelijk aan de kantonrechter te Zwolle voorgelegd. Het heeft best wat voeten in de aarde gehad, om de zaken bij de kantonrechter te Haarlem te krijgen. Betrokkene kan zich goed voorstellen dat veel burgers afhaken als het allemaal zo ingewikkeld wordt, en de boetes gewoon maar betalen om er van af te zijn. De kantonrechter is van oordeel dat de toezending van de vijf zaken aan de kantonrechter te Zwolle slordig te noemen is. Alhoewel deze misvatting van het CVOM niet de oorzaak kan zijn van de omstandigheid dat het beroepschrift aan de officier van justitie te laat is ingediend, is de kantonrechter van oordeel dat dit wel meegewogen moet worden bij de beoordeling of de termijnoverschrijding van 22 dagen aan betrokkene tegengeworpen moet worden. De kantonrechter beslist, alles overwegende, dat over de termijnoverschrijding heen gestapt zal worden.
De kantonrechter is voorts van oordeel dat uit de stukken die zich in het dossier bevinden – met name uit de verklaring van de verbalisant – voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Betrokkene heeft de gedraging ook niet ontkend. De boete is aldus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd wel aanleiding om de boete te matigen. De wet schrijft voor dat, als voor een voertuig geen verzekering is afgesloten, er een boete van € 400,00 mag worden opgelegd. Er was één verzekeringsmaatschappij betrokken bij de voertuigen, en die heeft het voor alle acht voertuigen niet goed in de gaten gehouden. Betrokkene heeft naar aanleiding hiervan ook een andere tussenpersoon gezocht, zodat dit niet meer kan gebeuren. Het is de kantonrechter voldoende duidelijk dat deze ‘fout’ enorme financiële gevolgen heeft. Alhoewel de boetes aldus rechtmatig zijn opgelegd, zal de kantonrechter in dit geval de boetes die heden aan de kantonrechter voorliggen matigen tot de helft, zijnde € 200,00.
Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beslissing van officier van justitie zal worden gewijzigd.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie, in die zin dat de boete wordt gematigd tot een bedrag van € 200,00 (met handhaving van de administratiekosten).
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: