ECLI:NL:RBNHO:2022:3194

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
31 januari 2022
Publicatiedatum
12 april 2022
Zaaknummer
9525400 \ WM VERZ 21-1022
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 11 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betrokkene krijgt laatste kans tot zekerheidstelling bij bestuursrechtelijk beroep verkeersboete

Betrokkene is een administratieve sanctie opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV). Tegen deze boete heeft betrokkene beroep ingesteld bij de officier van justitie, die het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens is betrokkene in beroep gegaan bij de kantonrechter.

Op de zitting van 31 januari 2022 is betrokkene niet verschenen en heeft geen inkomensgegevens verstrekt om aan te tonen dat hij niet in staat is de in artikel 11 WAHV Pro voorgeschreven zekerheid te betalen. De kantonrechter oordeelt dat er geen reden is om de zekerheidstelling te verlagen en stelt betrokkene nogmaals in de gelegenheid om het bedrag van €111 binnen vier weken te voldoen.

Indien betrokkene niet aan deze verplichting voldoet, zal het beroep niet-ontvankelijk worden verklaard, waardoor het niet inhoudelijk kan worden beoordeeld. De uitspraak is gedaan door kantonrechter S.N. Schipper en in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Betrokkene krijgt nog eenmaal de gelegenheid om €111 zekerheid te stellen, bij uitblijven wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknummer : 9525400 \ WM VERZ 21-1022
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 31 januari 2022
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [postcode] [woonplaats]
(hierna te noemen: betrokkene).

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 31 januari 2022. Op de zitting is geen vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen.
Betrokkene heeft aangevoerd niet in staat te zijn de in artikel 11 WAHV Pro voorgeschreven zekerheid te betalen. Betrokkene is de gelegenheid gegeven om op de zitting van 31 januari 2022 nader te motiveren en te onderbouwen dat hij niet in staat is die zekerheid te betalen. Betrokkene is niet op die zitting verschenen.
Nu betrokkene geen inkomensgegevens heeft verstrekt en niet op de zitting is verschenen om een toelichting te geven, is de kantonrechter van oordeel dat er geen grond is om de zekerheidstelling te verlagen.
De kantonrechter stelt betrokkene nog eenmaal in de gelegenheid om de zekerheid te betalen. Het bedrag ad € 111,00 dient binnen vier weken na verzending van deze uitspraak te zijn bijgeschreven op rekening NL56INGB0705005100 ten name van het Centraal Justitieel Incassobureau te Leeuwarden onder vermelding van het hierboven vermelde CJIB-nummer.
Als betrokkene niet voldoet aan de verplichting tot tijdige zekerheidstelling, zal de kantonrechter het beroep niet-ontvankelijk verklaren. Dat wil zeggen dat de kantonrechter het beroep dan niet inhoudelijk kan beoordelen omdat de zekerheid niet is betaald.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ stelt betrokkene nog eenmaal in de gelegenheid om het bedrag aan zekerheidstelling te betalen;
‒ bepaalt dat het bedrag van € 111,00 binnen vier weken na verzending van deze beslissing moet zijn betaald.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Datum toezending: