Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Het verloop van de procedure
Overwegingen
De uitspraak
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Rechtbank Noord-Holland
Betrokkene kreeg binnen twee weken zes boetes opgelegd wegens het handelen in strijd met een geslotenverklaring in beide richtingen van een weggedeelte bestemd voor een bepaalde categorie voertuigen in de Kerkstraat te Oostzaan. Hoewel betrokkene erkende de overtredingen, voerde hij aan niet op de hoogte te zijn van de geldigheidstijden van de geslotenverklaring en stelde dat de bebording onduidelijk was.
De kantonrechter stelde vast dat de overtredingen op verschillende dagen en tijdstippen plaatsvonden en daarom als afzonderlijke feiten moesten worden beschouwd, elk met een eigen boete. Uit schouwrapporten met foto’s bleek dat de bebording aanwezig en duidelijk zichtbaar was. Van weggebruikers mag worden verwacht dat zij oplettend zijn op de aanwezige verkeersborden.
Betrokkene stelde dat een waarschuwing had moeten worden gegeven in plaats van een boete. De kantonrechter overwoog dat een bevoegde politieambtenaar discretionaire bevoegdheid heeft om af te zien van een boete, maar dat in deze zaak geen omstandigheden waren die daartoe aanleiding gaven. De boetes zijn daarom terecht opgelegd en het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene tegen zes boetes wegens overtreding van de geslotenverklaring wordt ongegrond verklaard.