ECLI:NL:RBNHO:2022:3419

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
1 maart 2022
Publicatiedatum
20 april 2022
Zaaknummer
9629450 \ WM VERZ 22-3
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging boete voor parkeren met onvoldoende ruimte voor hulpdiensten

Betrokkene kreeg een boete opgelegd wegens parkeren op een parkeergelegenheid met een ander doel dan de aangegeven wijze, namelijk te dicht bij de bebording waardoor onvoldoende ruimte voor hulpdiensten bleef.

Betrokkene voerde aan dat de situatie ter plaatse onduidelijk was en dat het voertuig verder van het bord geparkeerd stond dan de foto's in het proces-verbaal lieten zien. Ook stelde betrokkene dat de situatie na het opleggen van de boete was aangepast.

De officier van justitie liet een aanvullend proces-verbaal opmaken waarin werd bevestigd dat betrokkene ongeveer een halve meter van het bord geparkeerd stond, waardoor onvoldoende ruimte voor hulpdiensten bleef. De kantonrechter oordeelde dat de gewijzigde situatie na het opleggen van de boete niet relevant is en verklaarde het beroep ongegrond.

De boete blijft daarmee in stand en betrokkene kan hiertegen hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens parkeren te dicht bij bebording wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknummer : 9629450 \ WM VERZ 22-3
CJIB-nummer : 237382938
Uitspraakdatum : 1 maart 2022
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 15 februari 2022. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: parkeren op parkeergelegenheid met ander doel dan aangegeven wijze.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd. Betrokkene stelt dat de situatie ter plaatse onduidelijk was. Tevens stelt betrokkene dat de situatie ter plaatse, vlak nadat de boete is opgelegde, is aangepast en dat deze nu wel duidelijk is.
De officier van justitie heeft een aanvullend proces-verbaal laten opmaken door de verbalisant. In dit aanvullend proces-verbaal is onder andere het volgende vermeld:
“(…)Betrokkene geeft aan dat het voertuig 3 meter voor de rood-witte paaltjes/bebording geparkeerd stond, probeert dit te verduidelijken middels bijgevoegde foto’s waarop het voertuig van betrokkene heel anders geparkeerd staat als op de foto’s bij het brondocument. Betrokkene zijn foto’s wijken dus af van de foto’s bij het brondocument, hier staat betrokkene binnen 0,5 meter van het bord af geparkeerd. Betrokkene geeft aan dat het vak gold ter hoogte van de rood-witte paaltjes maar het bord staat hier duidelijk één meter voor. Volgens het genomen verkeersbesluit geldt het parkeren van hulpdiensten direct onder de bebording (…).”
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken die zich in het dossier bevinden – met name uit de verklaring van de verbalisant en de daarbij overgelegde foto’s van de gedraging – voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Betrokkene heeft ter hoogte van de bebording onvoldoende ruimte overgelaten voor de eventuele hulpdiensten door op ongeveer een halve meter van het bord te parkeren. Dat de situatie inmiddels is gewijzigd doet niet af aan de gedraging. De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd geen reden om de boete te matigen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.H. Lips, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: