ECLI:NL:RBNHO:2022:3420

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
4 maart 2022
Publicatiedatum
20 april 2022
Zaaknummer
9653507 WM
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen boete parkeren op gehandicaptenparkeerplaats zonder zichtbare kaart ongegrond verklaard

Betrokkene kreeg een boete opgelegd wegens parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats zonder dat een geldige gehandicaptenparkeerkaart duidelijk zichtbaar was geplaatst. Betrokkene stelde beroep in tegen deze boete. Tijdens de procedure gaf de gemachtigde aan dat betrokkene wel over een gehandicaptenparkeerkaart beschikte, maar deze niet zichtbaar had geplaatst.

Naar aanleiding hiervan matigde de officier van justitie de boete tot € 30,00. De kantonrechter oordeelde dat hiermee voldoende rekening was gehouden met de omstandigheden van de gedraging en verklaarde het beroep ongegrond. Verder zag de kantonrechter geen reden om de boete verder te matigen of om proceskosten toe te kennen.

De uitspraak werd gedaan door kantonrechter S. Slijkhuis op 4 maart 2022 te Alkmaar. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen indien de boete hoger is dan € 70,00.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete voor parkeren zonder zichtbare gehandicaptenparkeerkaart is ongegrond verklaard en het verzoek tot proceskostenvergoeding is afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 9653507 \ WM VERZ 22-63
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 4 maart 2022
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting
in de zaak van
[betrokkene]
gemachtigde : Boete.nu (M.J.M. Bergers)

Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 4 maart 2022. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. De gemachtigde van betrokkene is niet verschenen.
De vertegenwoordiger van officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren en het verzoek op vergoeding van de proceskosten af te wijzen.
De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: parkeren op gehandicaptenparkeerplaats zonder duidelijk zichtbare geldige gehand.parkeerkaart.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.
Naar aanleiding van het verweer van gemachtigde van betrokkene dat deze wel over een gehandicaptenparkeerkaart beschikt, maar had verzuimd deze zichtbaar in het voertuig te plaatsen, heeft de officier van justitie de boete gematigd tot € 30,00. Naar het oordeel van de kantonrechter is hierdoor voldoende rekening gehouden met de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden en is het beroep ongegrond.
De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete verder te matigen.
Nu het beroep ongegrond wordt verklaard ziet de kantonrechter geen aanleiding om proceskosten toe te kennen.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond;
‒ wijst het verzoek op vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Slijkhuis, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: