ECLI:NL:RBNHO:2022:3423

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
15 februari 2022
Publicatiedatum
20 april 2022
Zaaknummer
9629457 \ WM VERZ 22-5
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen boete voor overtreding geslotenverklaring afgewezen door rechtbank

Betrokkene is een boete opgelegd wegens het handelen in strijd met een geslotenverklaring (bord C2 RVV 1990). Betrokkene stelde dat hij het bord nooit had gezien en dat het bord onvoldoende duidelijk was. Daarnaast voerde hij aan dat hij had moeten worden aangehouden, hetgeen niet is gebeurd omdat het voertuig met hoge snelheid doorreed en de parkeergarage inreed.

De officier van justitie verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond. Betrokkene stelde daarop beroep in bij de kantonrechter. Tijdens de zitting was de vertegenwoordiger van de officier van justitie aanwezig, betrokkene verscheen niet.

De kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de verbalisant voldoende bewijs vormt voor de overtreding, tenzij betrokkene specifieke feiten of omstandigheden aanvoert die de juistheid van deze verklaring betwijfelen. Betrokkene heeft onvoldoende feiten aangevoerd om de verbalisant in twijfel te trekken.

De kantonrechter zag ook geen reden om de boete te matigen en verklaarde het beroep ongegrond. De uitspraak werd in het openbaar gedaan door kantonrechter I.H. Lips. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken na toezending, mits de boete hoger is dan €70.

Uitkomst: Het beroep van betrokkene tegen de boete wegens overtreding van een geslotenverklaring wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknummer : 9629457 \ WM VERZ 22-5
CJIB-nummer : 239866991
Uitspraakdatum : 15 februari 2022
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 15 februari 2022. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: handelen in strijd met een geslotenverklaring (bord C2 van het RVV 1990. een-richtingverkeer).
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd. Betrokkene voert aan al 9 jaar in deze buurt te wonen en al 9 jaar deze route naar huis te nemen. Betrokkene stelt dat hij nooit een bord geslotenverklaring heeft gezien en dat deze anders niet duidelijk genoeg is. Daarnaast stelt betrokkene dat hij had moeten worden aangehouden.
In de toelichting van het zaakoverzicht verklaart de verbalisant onder andere het volgende:
“Ik zag dat de weg werd gebruikt in de richting waarin deze gesloten is. De tekst op het onderbord luidde: “uitgezonderd (brom-)fietsen”. De uitzondering(en), genoemd op het onderbord, was (waren) niet van toepassing. Ik zag het bovengenoemde voertuig met hoge snelheid rijden op Oostzijde richting de Koning Davidstraat de parkeergarage in. De bestuurder van het voertuig had de Veeringstraat in kunnen rijden om de gesloten verklaring te kunnen vermijden, maar de bestuurder koos ervoor om met hoge snelheid de gesloten verklaring in te rijden. (…) Wij hebben het voertuig niet staande kunnen houden omdat het voertuig met hoge snelheid reed en vervolgens de parkeergarage aan de Koning Davidstraat inreed waar alleen de bewoners toegang tot hebben.“
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken die zich in het dossier bevinden – met name uit de verklaring van de verbalisant – voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. In WAHV-zaken biedt de verklaring van een verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling van de gedraging. Dit is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert die aanleiding geven te twijfelen aan de juistheid van één of meer onderdelen van de verklaring van de verbalisant dan wel uit het dossier zulke feiten en omstandigheden blijken. Betrokkene heeft onvoldoende feiten en/of omstandigheden aangevoerd die ertoe aanleiding geven te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.H. Lips, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: