Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Procedure
2.Feiten en omstandigheden
3.Verzoek
4.Beoordeling
5.Beslissing:
- [verzoeker] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] ;
Rechtbank Noord-Holland
Verzoeker heeft bij de rechtbank Noord-Holland een verzoek ingediend tot gerechtelijke vaststelling van het ouderschap van de overleden man, op grond van artikel 1:207 BW Pro. Dit verzoek volgde nadat bleek dat het familierechtelijke vaderschap niet was geregistreerd, ondanks dat de man altijd een vaderrol vervulde.
Tijdens de mondelinge behandeling hebben verzoeker en de moeder verklaard dat de man de enige seksuele partner van de moeder was in de conceptieperiode en dat zij samen besloten het kind te houden. De moeder heeft het verzoek niet weersproken. Tevens zijn schriftelijke verklaringen van familieleden van de man overgelegd waaruit blijkt dat er binnen de familie geen twijfel bestond over het vaderschap.
De rechtbank oordeelt dat hiermee vaststaat dat de man de verwekker is van verzoeker en wijst het verzoek toe. Tevens wordt vastgesteld dat verzoeker de geslachtsnaam van de man draagt. Het verzoek tot uitvoerbaar bij voorraad verklaring wordt afgewezen. De beschikking is op 20 april 2022 in het openbaar uitgesproken door mr. D.H. Steenmetser-Bakker.
Uitkomst: De rechtbank stelt het vaderschap van de overleden man jegens verzoeker vast.