ECLI:NL:RBNHO:2022:3454
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na beoordeling functionele beperkingen en rapportages
Eiseres, werkzaam als ontbijtmedewerker en assistent manager horeca, ontving een Ziektewetuitkering na ziekmelding in 2018 en 2019. Verweerder beëindigde de uitkering per 26 juni 2020 op grond van een arbeidsdeskundig oordeel dat eiseres meer dan 65% van haar loon kon verdienen. Eiseres maakte bezwaar en bracht een tegenrapportage in van een medisch en arbeidsdeskundig adviseur die toegenomen beperkingen stelde.
De rechtbank overwoog dat de medische beschouwing van het tegenrapport onvoldoende concreet was en niet werd ondersteund door huisartsgegevens of andere objectieve feiten. De verzekeringsarts die het bezwaar behandelde, voerde een lichamelijk onderzoek uit en concludeerde dat de beperkingen niet verder reikten dan eerder vastgesteld. De rechtbank vond de betwisting door verweerder gemotiveerd en onvoldoende aannemelijk dat er aanvullende beperkingen waren.
Eiseres verzocht ook om benoeming van een onafhankelijke deskundige vanwege conflicterende rapportages, maar de rechtbank wees dit af omdat de bewijswaardering aan de rechter is en eiseres niet voldeed aan de bewijsmaatstaf. Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de Ziektewetuitkering is ongegrond verklaard.