ECLI:NL:RBNHO:2022:3570

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
4 mei 2022
Publicatiedatum
21 april 2022
Zaaknummer
C/15/326569 / HA ZA 22-212
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:57 BWArt. 93 Rv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevoegdheidstoetsing consumentenkredietvordering wegens onvoldoende specificatie hoedanigheid partijen

Eiseres, Frappand Holding B.V., heeft een vordering gebaseerd op een kredietovereenkomst met gedaagde, vermoedelijk een consument. In de dagvaarding is echter niet toegelicht of de bepalingen van titel 2a van boek 7 BW (consumentenkrediet) van toepassing zijn.

De rechtbank oordeelt dat zonder nadere toelichting niet kan worden vastgesteld of het hier een consumentenkredietovereenkomst betreft en of de rechtbank bevoegd is de zaak te behandelen. Dit is relevant omdat consumentenkredietvorderingen exclusief door de kantonrechter worden behandeld.

Daarom wordt de zaak aangehouden en verwezen naar de rol voor een akte van eiseres waarin zij zich gemotiveerd uitlaat over de hoedanigheid van partijen en de toepasselijkheid van artikel 7:57 BW Pro. De rechtbank zal daarna de bevoegdheid opnieuw beoordelen.

Uitkomst: De zaak wordt aangehouden voor nadere toelichting over de hoedanigheid van partijen en de toepasselijkheid van het consumentenkredietrecht.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
Zittingsplaats Haarlem
zaaknummer / rolnummer: C/15/326569 / HA ZA 22-212
Vonnis van 4 mei 2022
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
FRAPPAND HOLDING B.V.,
gevestigd te Monnickendam,
eiseres,
advocaat mr. T.W. Jaburg te Amsterdam,
tegen
[gedaagde],
wonende te [plaats],
gedaagde,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding
  • het tegen gedaagde verleende verstek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.Gronden van de beslissing

2.1.
Eiseres legt een met gedaagde gesloten kredietovereenkomst, namelijk een geldleningsovereenkomst, aan haar vordering ten grondslag. Gedaagde is een consument, althans wordt vermoed een consument te zijn. Eiseres heeft in haar dagvaarding niets gesteld over haar hoedanigheid of de hoedanigheid van gedaagde.
2.2.
De rechtbank overweegt dat zonder nadere toelichting uit de (summiere) stellingen van eiseres niet kan worden opgemaakt of al dan niet de bepalingen van titel 2a van boek 7 BW inzake het consumentenkrediet (artikel 7:57 e.v. BW) van toepassing zijn. Indien sprake is van een consumentenkredietovereenkomst in de zin van artikel 7:57 BW Pro, dan betreft de vordering een onderwerp dat op grond van artikel 93 aanhef Pro en onder c Rv exclusief door de kantonrechter wordt behandeld, ongeacht het beloop of de waarde van de vordering.
2.3.
De rechtbank kan daarom op basis van de beschikbare stukken niet ambtshalve beoordelen of zij bevoegd is van de zaak kennis te nemen. Daarvoor heeft de rechtbank meer informatie nodig over de hoedanigheid van gedaagde en de hoedanigheid van eiseres. Doorslaggevend daarbij is of gedaagde aangemerkt moet worden als ‘consument’ en eiseres aangemerkt moet worden als ‘kredietgever’ in de zin van artikel 7:57 lid 1 BW Pro.
2.4.
De rechtbank zal de zaak dan ook naar de rol verwijzen voor een akte aan de zijde van eiseres, zodat zij zich gemotiveerd kan uitlaten over de hoedanigheid van partijen in hiervoor bedoelde zin en de vraag of sprake is van een consumentenkredietovereenkomst in de zin van artikel 7:57 BW Pro. Tevens zal eiseres in de akte uiteen moeten zetten wat dit betekent voor de bevoegdheid van de rechtbank.
2.5.
Iedere verdere beslissing wordt in afwachting van de door eiseres te nemen akte aangehouden.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van
18 mei 2022voor het nemen van een akte door eiseres over hetgeen is vermeld onder 2.4,
3.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en in het openbaar uitgesproken op 4 mei 2022. [1]

Voetnoten

1.type: 1685