De rechtbank Noord-Holland heeft op 18 februari 2022 besloten tot verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige die sinds mei 2021 in een perspectief biedend gezinshuis woont. De minderjarige werd uit huis geplaatst na een melding van seksueel misbruik door de vader, wat door de ouders wordt betwist. De minderjarige kampt met ernstige emotionele en ontwikkelingsproblemen, waaronder suïcidale gedachten en zorgelijke uitlatingen.
De ouders zijn het eens met verlenging van de ondertoezichtstelling, maar verzetten zich tegen verlenging van de uithuisplaatsing. Zij stellen dat de minderjarige terug naar huis wil en dat zij voor haar kunnen zorgen. De rechtbank oordeelt echter dat de ouders onvoldoende in staat zijn om de noodzakelijke emotionele ondersteuning en veiligheid te bieden, mede door ontkenning van de problematiek en onvoldoende medewerking aan hulpverlening.
De rechtbank benadrukt dat de minderjarige behoefte heeft aan een veilige woonomgeving en passende therapie, die niet kan worden geboden binnen het ouderlijk huis. De machtiging tot uithuisplaatsing wordt daarom verlengd voor twaalf maanden. Tevens wordt het belang van contact tussen de minderjarige, haar moeder en broertje onderstreept, waarbij de GI een actieve rol krijgt toegewezen om dit te faciliteren.
De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden worden aangevochten. De zaak is complex door culturele en taalbarrières, en er loopt een procedure over de aanstelling van een bijzonder curator.