Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.De vordering
4.Het verweer
5.De beoordeling
conclusie
Rechtbank Noord-Holland
De huurder vorderde een huurprijsvermindering van 20% en een immateriële schadevergoeding van €3.000 wegens vermeende gebreken aan de huurwoning, waaronder een niet volledig afgesloten tuin en een lekkage in de badkamer.
De verhuurder stelde dat de woning conform de huurovereenkomst was opgeleverd, inclusief hekken en hedera, en dat er geen toezeggingen waren gedaan over een extra hekwerk of de groei van de hedera. De rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van een gebrek of tekortkoming van de verhuurder, mede omdat de tuin niet volledig afgesloten zijn geen gebruiksbeperking opleverde.
Ten aanzien van de lekkage in de badkamer stelde de verhuurder dat deze was veroorzaakt door spatwater en dat de huurder zelf maatregelen had kunnen nemen. De vergoeding van €162 was een coulancebetaling en geen schadevergoeding. De rechtbank concludeerde dat de huurder geen aanspraak kon maken op huurprijsvermindering of immateriële schadevergoeding en wees de vordering af.
De proceskosten werden aan de huurder opgelegd. Het verzoek tot mondelinge behandeling werd afgewezen omdat de huurder niet concreet had aangegeven wat hij wilde toelichten.
Het vonnis werd gewezen door kantonrechter A.E. Merkus en in het openbaar uitgesproken op 6 april 2022.
Uitkomst: De vordering van de huurder tot huurprijsvermindering en schadevergoeding wordt afgewezen.