ECLI:NL:RBNHO:2022:3700
Rechtbank Noord-Holland
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Beëindiging strafzaken wegens niet voortgezette vervolging na vertrek verdachte
De rechtbank Noord-Holland heeft op 26 april 2022 verzoeken van de verdachte behandeld om twee strafzaken te beëindigen op grond van artikel 29f Wetboek van Strafvordering. De verdachte was in oktober 2018 aangehouden en vertrok in juni 2019 definitief naar Syrië, waardoor hij niet meer in Nederland verblijft en niet kan worden vervolgd of gestraft.
De rechtbank nam kennis van de procesdossiers en constateerde dat in één zaak (parketnummer 15-194475-18) het Openbaar Ministerie niet van plan is tot dagvaarding over te gaan en in de andere zaak (parketnummer 15-144597-18) de vervolging sinds de schorsing in 2018 niet is voortgezet. De officier van justitie steunde de verzoeken tot beëindiging.
Hoewel de Hoge Raad in een eerder arrest (HR 2019:1472) terughoudendheid adviseert en een formele procedure via de voorzitter van het gerecht suggereert, oordeelde de rechtbank dat deze route maatschappelijk onaanvaardbaar is vanwege achterstanden en administratieve lasten. Daarom werd het verzoek inhoudelijk beoordeeld en toegewezen, waarmee de strafzaken en de ontnemingsvordering tegen de verdachte zijn geëindigd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de strafzaken en ontnemingsvordering tegen de verdachte geëindigd wegens niet voortgezette vervolging.