Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De procedure
- de dagvaarding met producties
- de brief van 1 mei 2022 van de zijde van Teva c.s. waarin zij verzoekt het kort geding te laten behandelen door een voorzieningenrechter van de octrooikamer van de rechtbank Den Haag als rechter-plaatsvervanger in verband met de octrooi-aspecten en omdat bij de rechtbank Den Haag een zaak aanhangig is met een soortgelijk feitencomplex van Novartis tegen een andere gedaagde partij
- de reactie van Novartis van 3 mei 2022
- de e-mail van de voorzieningenrechter d.d. 4 mei 2020 waarin wordt meegedeeld dat de voorzieningenrechter voornemens is de zaak te verwijzen naar de rechtbank Den Haag in verband met verknochtheid met de daar aanhangige (bodem)procedure tegen [bedrijf] c.s. en in welke e-mail partijen worden uitgenodigd zich over dit voornemen uit te laten
- de e-mail van 6 mei 2022 met een reactie van de zijde van Teva c.s. waarin zij het voornemen van de voorzieningenrechter ondersteunt,
- de brief van 6 mei 2022 met een reactie van de zijde van Novartis waarin zij zich verzet tegen de voorgenomen verwijzing.