Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De verdere procedure
2.De verdere beoordeling
- de echtscheiding tussen partijen uitgesproken;
- bepaald dat de minderjarige haar hoofdverblijfplaats zal hebben bij de vrouw;
- bepaald dat de man een kinderbijdrage van € 218 per maand aan de vrouw dient te betalen;
- de beslissing ten aanzien van de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden pro forma aangehouden. Bepaald is dat uiterlijk op 17 mei 2021 de advocaat van de vrouw een formulier Verdelen en Verrekenen moet indienen, en de advocaat van de man uiterlijk op 14 juni 2021 een verweerschrift alsmede een formulier Verdelen en Verrekenen moet indienen.
- de vordering van de vrouw op de man uit hoofde van vermogensvermeerdering als bedoeld in artikel 13 van Pro de huwelijkse voorwaarden te bepalen op primair € 122.705, en subsidiair op € 128.519;
- te bepalen dat de inboedel van de echtelijke woning – op de eettafel en de kleding en lijfgoederen van de vrouw na – aan de man toekomt, zonder verrekening;
- indien partijen er niet in slagen gezamenlijk een taxateur aan te wijzen voor een bindende taxatie, een taxateur aan te wijzen, die voor een bindende taxatie van de woning zorgt, op grond waarvan kan worden bepaald welk bedrag de vrouw aan de man verschuldigd is bij toedeling van de woning aan haar, en te bepalen dat de woning – indien die niet binnen twee maanden na een nieuwe taxatie aan de vrouw kan worden toegedeeld tegen die waarde, aan de man wordt toegedeeld tegen diezelfde waarde, dan wel dat de woning door partijen ter verkoop aan een derde wordt aangeboden, indien binnen twee maanden nader duidelijk is dat de vrouw de woning niet kan overnemen, duidelijk wordt dat ook de man de woning niet kan/wil overnemen.
3.De beslissing
- de man aan de vrouw een bedrag van een bedrag van € 128.122,47 zal voldoen, en
- de vrouw aan de man een bedrag van € 3.154,68 zal voldoen;