De moeder vordert een dwangsom tegen de grootmoeder wegens niet-nakoming van een omgangsregeling met haar twee minderjarige kinderen, die bij de grootmoeder wonen. De rechtbank stelt vast dat de kinderen van 15 en 13 jaar oud onafhankelijk en ondubbelzinnig hebben aangegeven geen contact met hun moeder te willen en dat zij niet gedwongen kunnen worden tot omgang.
De grootmoeder heeft zich coöperatief opgesteld en er is een rapport van Levvel waarin wordt bevestigd dat de kinderen niet gemotiveerd zijn om omgang te hebben. De rechtbank oordeelt dat er sprake is van ernstige omstandigheden die niet-nakoming rechtvaardigen en dat het opleggen van een dwangsom averechts kan werken.
De vordering van de moeder wordt daarom afgewezen en partijen dragen ieder hun eigen proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen vier weken worden bestreden bij het gerechtshof Amsterdam.