Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
hij op of omstreeks 31 juli 2021 te Zaandam, gemeente Zaanstad opzettelijk [benadeelde partij 4] , in haar tegenwoordigheid, mondeling en/of door feitelijkheden, heeft beledigd, door haar de woorden toe te voegen: "kankerhoer", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking en/of door een of meermaals in haar richting te spugen;
hij op of omstreeks 31 juli 2021 te Zaandam, gemeente Zaanstad opzettelijk [benadeelde partij 5] , in het openbaar mondeling, heeft beledigd, door haar de woorden toe te voegen: "Kankerhoer", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.
2.Voorvragen
3.Bewijs
hij op 31 juli 2021 te Zaandam, gemeente Zaanstad opzettelijk [benadeelde partij 4] , mondeling en door feitelijkheden heeft beledigd, door haar de woorden toe te voegen: "kankerhoer" en door meermaals in haar richting te spugen.
hij op 31 juli 2021 te Zaandam, gemeente Zaanstad opzettelijk [benadeelde partij 5] , in het openbaar, mondeling heeft beledigd, door haar de woorden toe te voegen: "Kankerhoer", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van verdachte
6.Motivering van de sancties
7.Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
8.Vordering tot tenuitvoerlegging
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
211 (tweehonderdelf) dagen.
maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen;
[benadeelde partij 3]geleden schade tot een bedrag van
€ 2.670,88(zesentwintighonderdzeventig euro en achtentachtig cent) bestaande uit € 170,88 (honderdzeventig euro en achtentachtig cent) voor de materiële en € 2.500,- (vijfentwintighonderd euro) voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 30 april 2021 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [benadeelde partij 3] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
0 (nul) dagengijzeling.
5 (vijf) maanden,opgelegd bij vonnis van de meervoudige strafkamer van de rechtbank Noord-Holland van 20 oktober 2020.