ECLI:NL:RBNHO:2022:4222
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep wegens verwijtbare werkloosheid na niet-naleving verzuimafspraken
Eiser was sinds 2016 in dienst als vrachtwagenchauffeur en meldde zich in augustus 2019 ziek. Ondanks meerdere waarschuwingen en adviezen van de bedrijfsarts, hield eiser zich niet aan de verzuimafspraken en was vaak onbereikbaar. De arbeidsovereenkomst werd op 26 maart 2020 met onmiddellijke ingang ontbonden wegens verwijtbaar werkloos gedrag.
Eiser vroeg een WW-uitkering aan, maar deze werd geweigerd omdat hij verwijtbaar werkloos was. Na bezwaar en beroep werd het beroep aanvankelijk niet-ontvankelijk verklaard, maar na verzet werd dit oordeel herzien. De rechtbank behandelde vervolgens de ontvankelijkheid en inhoudelijke gronden.
De verzekeringsarts bezwaar & beroep concludeerde dat er geen medisch verschoonbare reden was voor het niet naleven van afspraken. De rechtbank volgde deze conclusie en oordeelde dat eiser verwijtbaar werkloos is. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard wegens verwijtbare werkloosheid door niet-naleving van verzuimafspraken.