ECLI:NL:RBNHO:2022:4242

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
11 mei 2022
Publicatiedatum
16 mei 2022
Zaaknummer
9819333 CV EXPL 22-2279
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 RvArt. 71 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering regresbetaling huurtoeslag na echtscheiding onder Marokkaans recht

Partijen zijn ex-echtgenoten die tijdens hun huwelijk €2.666 te veel aan huurtoeslag ontvingen, welke moet worden terugbetaald. De man stelt dat zij elk voor de helft draagplichtig zijn en dat hij de volledige schuld heeft voldaan, waardoor de vrouw aan hem moet betalen.

De vrouw betwist dat het een gemeenschapsschuld betreft en dat de man de schuld volledig heeft afgelost. De kantonrechter oordeelt dat de te veel ontvangen huurtoeslag is gebruikt voor de gezamenlijke huur en daarmee een gemeenschappelijke schuld betreft. Omdat het Marokkaanse recht van toepassing is, dat geen specifieke regels kent over draagplicht bij gemeenschapsschulden, wordt de draagplicht naar redelijkheid en billijkheid vastgesteld op ieder de helft.

De man heeft echter slechts betalingen tot een bedrag van €2.225 onderbouwd, waardoor de regresvordering wordt toegewezen tot €892. Verrekening met andere schulden door de vrouw wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij zijn eigen kosten draagt.

Uitkomst: De vrouw wordt veroordeeld tot betaling van €892 aan de man wegens regres op de te veel ontvangen huurtoeslag.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 9819333 CV EXPL 22-2279
Uitspraakdatum: 11 mei 2022
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
[eiser]
wonende te [woonplaats]
eiser
verder te noemen: de man
gemachtigde: mr. S. Toughza
tegen
[gedaagde]
wonende te [woonplaats]
gedaagde
verder te noemen: de vrouw
gemachtigde: mr. A.M.T. Wezel

1.Het procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van deze rechtbank sectie Handel van 16 februari 2022 - de mondelinge behandeling van 15 april 2022, waarvan de griffier aantekeningen heeft bijgehouden.
1.2.
Na uitroeping van de zaak zijn verschenen: - de man, bijgestaan door mr. Toughza voornoemd, - mr. Wezel voornoemd, namens de vrouw,
1.3.
Bij mondeling vonnis van 15 april 2022 heeft de rechtbank de zaak in verband met het beloop/de waarde van de vorderingen op grond van artikel 71 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering verwezen naar de kamer voor kantonzaken en de mondelinge behandeling – met instemming van partijen – als kantonrechter voortgezet.
1.4.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De zaak in het kort

2.1.
Partijen zijn ex-echtgenoten. Tijdens het huwelijk hebben partijen € 2.666,00 te veel aan huurtoeslag ontvangen. Dit bedrag moet worden terugbetaald. Volgens de man zijn partijen elk voor de helft draagplichtig. De man stelt de gehele schuld betaald te hebben, zodat de vrouw aan hem € 1.333,00 moet betalen. De vrouw betwist onder meer dat het een gemeenschapsschuld is en dat de schuld volledig is afbetaald door de man.
2.2.
De kantonrechter wijst de vordering tot € 892,00 toe. Niet betwist is dat de te veel ontvangen huurtoeslag voor de huur is aangewend, zodat het een gemeenschappelijke schuld betreffende de huishouding is. De man heeft een regresrecht voor zover hij meer dan de helft van de totale schuld heeft afgelost. Omdat de man slechts zijn betalingen tot het meerdere van € 892,00 heeft onderbouwd, zal alleen dit deel van de vordering worden toegewezen.

3.De feiten

3.1.
Op [datum] 1989 zijn partijen in [plaats] , Marokko, met elkaar gehuwd.
3.2.
Bij beschikking van 2 oktober 2019 heeft deze rechtbank de echtscheiding tussen partijen uitgesproken. De echtscheidingsbeschikking is op 14 november 2019 ingeschreven.
3.3.
Bij beschikkingen heeft de Belastingdienst de aan partijen verleende Huurtoeslag over 2018 en 2019 definitief vastgesteld. Daarbij is bepaald dat over 2018 een bedrag van € 1.754,00 en over 2019 een bedrag van € 912,00 moet worden terugbetaald. Hierna zullen deze bedragen worden aangeduid met ‘de belastingschuld’.

4.De vordering

4.1.
De man vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, de vrouw te veroordelen tot betaling van € 1.333,00 en de proceskosten te compenseren.
4.2.
De man legt aan zijn vordering ten grondslag dat naar Marokkaans recht sprake is van een gemeenschappelijke schuld, omdat het een schuld is die is ontstaan als gevolg of ten behoeve van de (gemeenschappelijke) huishouding. De teveel ontvangen huurtoeslag is ook besteed aan de kosten van het gezin. De vrouw is daarom voor de helft van de belastingschuld draagplichtig. Omdat de man de gehele belastingschuld van € 2.666,00 heeft terugbetaald, heeft hij een regresvordering op de vrouw voor de helft van dit bedrag.

5.Het verweer

5.1.
De vrouw betwist de vordering. Zij voert aan – kort weergegeven – dat geen sprake is van een gemeenschapsschuld, zodat zij geen draagplicht heeft. Specifiek wat betreft de belastingschuld betwist de vrouw dat de man de schuld volledig heeft afbetaald. Voor zover de vrouw al gehouden is tot betaling van de helft van de belastingschuld, dan wil zij dit verrekenen met andere schulden betreffende de huishouding. Verder beroept de vrouw zich op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid, omdat zij voor de gezamenlijke kinderen van partijen zorgt en moet leven van een bijstandsuitkering. Het uitoefenen van een regresrecht door de man is dan ook illusoir, want de vrouw biedt geen verhaal.

6.De beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht
6.1.
Artikel 2 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bepaalt dat de Nederlandse rechter in dagvaardingsprocedures rechtsmacht heeft indien de gedaagde in Nederland zijn woonplaats of gewone verblijfplaats heeft. Omdat de vrouw in [plaats] woont, is de Nederlandse rechter bevoegd.
6.2.
Het toepasselijke recht is het Marokkaanse recht. Het huwelijk van partijen is gesloten op [datum] 1989, zodat de vraag welk recht van toepassing is op het huwelijksvermogensregime moet worden beslist op grond van de in het Chelouche/Van leer arrest geformuleerde conflictregels. Volgens de ‘aanknopingsladder’ wordt het toepasselijke huwelijksvermogensrecht bij het ontbreken van een gezamenlijke rechtskeuze bepaald door hun gemeenschappelijke nationaliteit ten tijde van de huwelijkssluiting. Niet gesteld of gebleken is dat partijen een rechtskeuze hebben gemaakt. Ten tijde van het sluiten van hun huwelijk hadden partijen de Marokkaanse nationaliteit, zodat het Marokkaanse recht van toepassing is. Partijen gaan ook voor deze procedure hiervan uit.
Gemeenschappelijke schuld?
6.3.
Naar Marokkaans recht ontstaat er geen algemene gemeenschap van goederen en is iedere deelgenoot zelf aansprakelijk voor de eigen schulden. Die scheiding van goederen geldt niet ten aanzien van schulden die zijn ontstaan als gevolg of ten behoeve van de (gemeenschappelijke) huishouding. Allereerst moet beoordeeld worden of de belastingschuld een gemeenschappelijke schuld is. Dit is naar het oordeel van de kantonrechter het geval. Door de man is namelijk betoogd dat de ontvangen huurtoeslag werd aangewend voor de betaling van de huur van de door partijen gezamenlijk gehuurde woning. Dit is door de vrouw niet betwist. Daarmee is komen vast te staan dat het een schuld van de gemeenschappelijke huishouding betreft, zodat sprake is van een gemeenschapsschuld.
6.4.
Het Marokkaanse recht kent geen rechtsregel met betrekking tot de aansprakelijkheid en de onderlinge draagplicht voor gemeenschapsschulden. De kantonrechter zal daarom naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid beslissen. De vrouw heeft haar stelling dat haar aandeel niet per definitie de helft bedraagt, maar afhangt van de onderlinge verhouding niet nader onderbouwd, zodat de kantonrechter hieraan voorbij gaat. De enkele stelling dat de man op grond van het Marokkaanse recht een zorgplicht heeft, is onvoldoende om een afwijkende draagplicht van de vrouw in de belastingschuld aan te nemen. Onduidelijk is verder gebleven welk deel volgens de vrouw dan wél voor haar rekening moet komen. Dat de vrouw voor de kinderen zorgt en over onvoldoende financiële middelen beschikt om bij te kunnen dragen in de belastingschuld, heeft niet tot gevolg dat zij in het geheel niet draagplichtig is. Ter zitting heeft de man immers verklaard dat ook hij van een bijstandsuitkering leeft en beperkte financiële middelen heeft, zodat in het betoog van de vrouw op dit punt geen argument gevonden wordt om voor haar een andere draagplicht vast te stellen dan voor de man. De kantonrechter zal daarom uitgaan van een draagplicht van de man en de vrouw voor ieder de helft van de belastingschuld. Andere feiten of omstandigheden op grond waarvan het instellen van de vordering door de man naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, zijn niet aangevoerd en ook niet gebleken. De man heeft daarom recht op betaling door de vrouw van wat hij meer op de belastingschuld heeft betaald dan de helft.
Hoogte betalingen
6.5.
De vrouw betwist dat de man de volledige belastingschuld van € 2.666,00 heeft betaald. Met de vrouw is de kantonrechter van oordeel dat de vordering van de man slechts kan worden toegewezen voor zover de man heeft onderbouwd dat hij betalingen heeft gedaan. Ter onderbouwing van zijn vordering heeft de man twee mededelingsbrieven van de Belastingdienst overgelegd (productie 3 bij de dagvaarding). Uit deze brieven blijkt dat de man € 1.465,00 heeft afbetaald op de schuld over 2018 van € 1.754,00 en dat hij € 760,00 heeft afbetaald op de schuld over 2019 van € 912,00. Van beide schulden moeten partijen elk de helft, dus in totaal € 1.333,00 dragen. Dit betekent dat de man aanspraak kan maken op het bedrag dat hij meer heeft betaald dan € 1.333,00. Omdat de man € 2.225,00 op de belastingschuld heeft betaald, zal zijn vordering tot een bedrag van € 892,00 (€ 2.225,00 – 1.333,00) worden toegewezen.
Verrekening met andere schulden?
6.6.
De vrouw doet subsidiair een beroep op verrekening met door haar gedane aflossingen op andere gemeenschappelijke schulden.
6.7.
De vrouw voert aan dat zij sinds het vertrek van de man uit de woning vrijwel alle kosten heeft gedragen voor de toen nog vier thuiswonende kinderen. Ook stelt zij de schuld bij Vestiging Finance/Wehkamp van € 1.550,47 voor de aankoop van kleding en verzorgingsartikelen voor de kinderen volledig te hebben afgelost en momenteel nog af te lossen op een schuld bij HPG Hoveniers B.V. voor de plaatsing van een schutting in de tuin van de huurwoning. Volgens de vrouw zijn dit gezamenlijke schulden waarop de man nog geen aflossingen heeft verricht. De man betwist dat de vrouw gemeenschappelijke schulden heeft betaald.
6.8.
Met de door de vrouw overgelegde stukken heeft zij onvoldoende onderbouwd dat wat betreft deze schulden op de man een betalingsverplichting rust. Uit de facturen waarnaar de vrouw verwijst volgt niet dat zij daadwerkelijk betalingen heeft verricht. Bovendien is onduidelijk voor welk deel van de schulden de man draagplichtig zou zijn. Gelet hierop slaagt het verrekeningsverweer van de vrouw niet.
6.9.
De conclusie is dat de kantonrechter de vordering van de man zal toewijzen tot een bedrag van € 892,00.
Proceskosten
6.10.
Omdat partijen met elkaar gehuwd zijn geweest, worden de proceskosten zo gecompenseerd dat iedere partij de eigen kosten draagt.

7.De beslissing

De kantonrechter:
7.1.
veroordeelt de vrouw tot betaling aan de man van € 892,00 (achthonderdtweeënnegentig euro),
7.2.
compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
7.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
7.4.
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter