Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.[gedaagde 1] ,
[gedaagde 2],
Rechtbank Noord-Holland
Eiser, een besloten vennootschap, vordert verlof tot het leggen van conservatoir loonbeslag op de werkgevers van verweerders ter verzekering van een openstaande vordering van € 550.000, voortvloeiend uit zes geldleningsovereenkomsten gesloten tussen augustus 2019 en juli 2020. Verweerders zijn hoofdelijk aansprakelijk en verkeren in verzuim.
De voorzieningenrechter heeft het verzoekschrift en het aangevulde verzoekschrift bestudeerd en partijen digitaal gehoord op 10 mei 2022. Het bestaan en de omvang van de vordering zijn door verweerders niet betwist, hoewel hun verweer in de bodemprocedure nader onderzocht zal worden.
De rechter toetst het verzoek aan de eisen van subsidiariteit en proportionaliteit vanwege de ingrijpendheid van het loonbeslag. Gezien de beperkte dekking door de overwaarde van de woning waarop reeds beslag is gelegd en het ontbreken van minder bezwarende beslagobjecten, wordt het loonbeslag toegestaan. Daarbij wordt ook het belang van eiser bij verhaal van haar vordering zwaarder geacht dan het belang van verweerders bij het behoud van het volledige gezinsinkomen, mede omdat een beslagvrije voet is gewaarborgd.
Het verlof wordt verleend onder de voorwaarde dat de hoofdzaak binnen veertien dagen na het leggen van het eerste beslag wordt ingesteld. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad gegeven en op 17 mei 2022 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Verlof tot het leggen van conservatoir loonbeslag wordt toegestaan onder voorwaarden.