ECLI:NL:RBNHO:2022:4317

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
11 maart 2022
Publicatiedatum
18 mei 2022
Zaaknummer
9588307 WM
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen opeenstapeling van boetes voor handelen in strijd met gesloten verklaring

Betrokkene, Prolease B.V., ontving vier boetes voor het handelen in strijd met een gesloten verklaring in beide richtingen in het centrum van Alkmaar. Betrokkene stelde dat hij sinds 19 oktober 2020 een bewonersvergunning had en meende dat hij daarmee overal in het centrum mocht rijden en parkeren. Tevens betoogde hij dat het onrechtvaardig was meerdere boetes te ontvangen voordat hij van de eerste boete op de hoogte was gesteld, waardoor hij niet kon leren van de eerste overtreding.

De kantonrechter stelde vast dat elke gedraging een afzonderlijke overtreding vormde, maar dat de eerste boete pas op 15 november 2020 aan betrokkene was verzonden, terwijl de andere boetes daarvoor waren gepleegd. De officier van justitie erkende dat de opeenstapeling van boetes leidde tot een onevenredig hoog totaalbedrag en stelde voor de eerste boete in stand te laten en de overige drie te matigen tot nihil.

De kantonrechter volgde dit standpunt en verklaarde het beroep ongegrond, waarbij de matiging van de overige boetes werd toegepast. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken na toezending.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard, waarbij drie boetes worden gematigd tot nihil en de eerste boete in stand blijft.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 9588307 \ WM VERZ 21-736
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 11 maart 2022
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
naam : Prolease B.V.
adres : Europalaan 30
woonplaats : 5232 BC 's-Hertogenbosch (hierna te noemen: betrokkene)
[gemachtigde]

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 11 maart 2022. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: als bestuurder handelen in strijd met een gesloten verklaring in beide richtingen.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd. Betrokkene stelt dat hij per 19 oktober 2020 in het bezit is van een bewonersvergunning en dat hij in de veronderstelling was dat hij daarmee overal in het centrum van Alkmaar mocht rijden en parkeren. Betrokkene heeft meerdere boetes ontvangen voor dezelfde gedraging voordat hij in kennis werd gesteld van de eerste beschikking en is van mening dat dit onrechtvaardig is, nu hij zodoende niet heeft kunnen leren van de eerste boete.
De kantonrechter stelt vast dat aan betrokkene vier boetes zijn opgelegd voor het handelen in strijd met gesloten verklaring. Op zichzelf moeten deze gedragingen worden aangemerkt als aparte en te onderscheiden overtredingen, waarvoor ook telkens een boete kan worden opgelegd. De kantonrechter stelt tevens vast dat de beschikking van de eerste boete op 15 november 2020 aan betrokkene is verzonden, terwijl de pleegdatum van de andere drie boetes van daarvoor dateren.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft zich ter zitting op het standpunt gesteld dat de opeenstapeling van de boetes in onderhavige zaken leidt tot een onevenredig hoog totaalbedrag aan boetes. De vertegenwoordiger van de officier van justitie stelt dat gelet daarop matiging van de boetes op zijn plaats is, in die zin dat de eerste boete (onderhavige) in stand wordt gelaten en dat vervolgens de andere drie boetes worden gematigd tot nihil.
De kantonrechter volgt de officier van justitie en bepaald daarom dat het beroep in onderhavige zaak ongegrond wordt verklaard

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Voogd, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: