Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
bijlage Iaan dit vonnis gehecht en maakt daarvan deel uit.
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
De officier van justitie gaat ervan uit dat de verdachte en zijn medeverdachten deel uitmaakten van een duurzaam georganiseerd crimineel samenwerkingsverband ten behoeve van de internationale drugshandel gelet op hetgeen in de loods is aangetroffen. Dat de verdachte niet heeft geweten dat zich in de opleggers drugs en wapens bevonden acht de officier van justitie ongeloofwaardig. Hoewel één van de opleggers was afgesloten lagen de sleutels van de twee hangsloten in de loods. De verdachte had een sleutel van de buitendeur en daarmee onbeperkt toegang tot de loods. Als dekmantel is een fictief bedrijf door de verdachte opgericht en de loods gehuurd. In de loods stonden verder meubels en lag gereedschap waarmee een handel in meubels werd gefingeerd. De officier van justitie acht het ongeloofwaardig dat de drugsorganisatie drie verschillende personen - zonder wetenschap van de drugshandel - bij die dekmantel zou betrekken. De verdachte en zijn medeverdachten hebben bovendien wisselend en leugenachtig verklaard. Voor de feiten 2 en 3 (voorhanden hebben van de wapens) heeft de officier van justitie hieraan nog toegevoegd dat de verdachte zich in meer of mindere mate bewust moet zijn geweest van de (waarschijnlijke) aanwezigheid van de wapens aangetroffen in één van de opleggers in de loods, zodat ook het voorhanden hebben van deze wapens bewezen kan worden verklaard. Het bewijs voor het gewoontewitwassen (feit 4) kan volgens de officier van justitie worden gevonden in de verklaring van de verdachte dat hij als huurder van de loods de contant door hem ontvangen gelden op de bankrekening van zijn bedrijf heeft gestort en waarmee hij vervolgens de borg en de maandelijkse huur van de loods heeft betaald.
bijlage IIbij dit vonnis zijn vervat.
- contante geldbedragen (huurpenningen van de [adres A] te Heerhugowaard) ter hoogte van telkens ongeveer € 2.426,05 euro en
- een contant geldbedrag (borg van de [adres A] te Heerhugowaard) ter hoogte van ongeveer € 6.461,00 euro,
4.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
5.Strafbaarheid van verdachte
6.Motivering van de sancties
7.Vermogensmaatregel (onttrekking aan het verkeer)
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
3 maanden.