ECLI:NL:RBNHO:2022:4595
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs witwassen van verduisterde geldbedragen door partner
De rechtbank Noord-Holland behandelde de zaak tegen de verdachte die werd verdacht van witwassen van ongeveer €83.729,20, geldbedragen die haar partner zou hebben verduisterd van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA).
De officier van justitie stelde dat de verdachte zich schuldig had gemaakt aan witwassen omdat zij contante stortingen van haar partner op haar bankrekening had ontvangen zonder een geloofwaardige verklaring voor de herkomst. De verdediging voerde aan dat de verdachte geen wetenschap had van de strafbare feiten van haar partner en geen inzicht had in de financiën, omdat haar partner de financiën beheerde.
De rechtbank oordeelde dat niet wettig en overtuigend was bewezen dat de verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat het geld afkomstig was uit een misdrijf. De verdachte had verklaard geen kennis te hebben van de verduistering en keek niet op haar bankrekening. Ook de partner bevestigde dat de verdachte niet op de hoogte was van de criminele herkomst van de stortingen. Gezien deze omstandigheden sprak de rechtbank de verdachte vrij van het ten laste gelegde witwassen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van witwassen wegens onvoldoende bewijs dat zij wist of moest vermoeden dat het geld afkomstig was uit een misdrijf.