Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De procedure
- de dagvaarding van 20 juli 2021 met bijlagen 1 tot en met 11,
- de incidentele conclusie houdende vordering tot het overleggen van bescheiden ex artikel 843a Rv van [gedaagde] met bijlagen 1 tot en met 4,
- de conclusie van antwoord in het incident van [eiseres] met bijlage 12 en 13,
- het vonnis in incident van 24 november 2021,
- de conclusie van antwoord in de hoofdzaak met bijlagen 5 tot en met 16,
- het tussenvonnis van 2 februari 2022 waarin de rechtbank een mondelinge behandeling heeft gelast,
- het B8 formulier van [eiseres] met bijlagen 14 tot en met 18,
- de mondelinge behandeling van de zaak op 16 maart 2022. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. De advocaten van partijen hebben gebruik gemaakt van spreekaantekeningen, die zij hebben overgelegd.
2.De feiten
3.De vorderingen van [eiseres]
4.De beoordeling
- post 2 (activa): “Andere onroerende zaken” van € 291.660,-;
- post 8 (activa): “Auto” van € 11.000,-;
- post 10 (passiva): “Overbedelingsschulden” van € 1.144.848,-.