Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Woningstichting Kennemer Wonen
[rechthebbende], wonende te [woonplaats]
Rechtbank Noord-Holland
In deze zaak vordert Woningstichting Kennemer Wonen de ontbinding van de huurovereenkomst met [rechthebbende], vertegenwoordigd door haar bewindvoerder, vanwege de aanwezigheid van een hennepkwekerij in de gehuurde woning. De politie trof op zolder 29 verdorde hennepplanten en bijbehorende apparatuur aan, evenals een illegale stroomaansluiting. Hoewel de kwekerij niet meer in werking was, acht de kantonrechter bewezen dat er sprake is geweest van een in werking zijnde kwekerij.
De bewindvoerder betwistte de ernst van de tekortkoming en voerde aan dat het een eenmalige fout was en dat de belangen van de minderjarige dochter zwaarder wegen. De kantonrechter oordeelt dat de aanwezigheid van de kwekerij een ernstige tekortkoming vormt die de ontbinding rechtvaardigt. Het belang van de dochter weegt mee, maar is niet zwaarwegend genoeg om ontbinding te voorkomen, mede gezien de risico’s voor omwonenden en het voorbeeld dat de ouderfunctie stelt.
De ontbinding wordt uitgesproken met ingang van 1 januari 2023, zodat rekening wordt gehouden met de belangen van de minderjarige. De bewindvoerder wordt veroordeeld tot ontruiming van de woning, herstel van schade en betaling van huurpenningen tot ontruiming. Tevens wordt een dwangsom opgelegd om tijdige ontruiming af te dwingen.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden per 1 januari 2023 met veroordeling tot ontruiming, herstel en huurbetaling door de bewindvoerder.