ECLI:NL:RBNHO:2022:4813
Rechtbank Noord-Holland
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning voor belastingjaar 2020
Eiser betwist de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning voor het jaar 2020, die is vastgesteld op €601.000 met waardepeildatum 1 januari 2019. Hij stelt dat de waardestijging buiten proportie is en dat de berekening onjuist is, onder meer omdat er rekening is gehouden met een zwembad dat niet meer aanwezig is en vanwege negatieve invloeden van de omgeving.
Verweerder heeft de waarde vastgesteld aan de hand van een taxatieverslag en een matrix met vergelijkingsobjecten, waarbij rekening is gehouden met ligging, kwaliteit en staat van onderhoud. De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld en dat de vergelijkingsmethode correct is toegepast.
De rechtbank wijst erop dat de WOZ-waarde voor elk belastingjaar opnieuw moet worden bepaald en dat vergelijkingen met eerdere WOZ-waarden of algemene prijsontwikkelingen niet als uitgangspunt kunnen dienen. De waardeverminderende factoren die eiser aanvoert, zijn volgens de rechtbank reeds meegenomen in de waardering of gelden ook voor de vergelijkingsobjecten.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigt de vastgestelde WOZ-waarde van €601.000 voor het jaar 2020. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €601.000 wordt ongegrond verklaard.