ECLI:NL:RBNHO:2022:4828

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
1 juni 2022
Publicatiedatum
3 juni 2022
Zaaknummer
8938799 \ CV EXPL 20-10744
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 sub d RvArt. 6 sub e RvArt. 74 lid 1 RvArt. 101 RvArt. 110 lid 2 Rv
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevoegdheid Nederlandse rechter bij consumentenvervoerovereenkomst met Turkish Airlines

In deze civiele bodemzaak vordert eiseres, een consument woonachtig in Nederland, dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft jegens Turkish Airlines, een buitenlandse luchtvaartmaatschappij. De kantonrechter onderzoekt de bevoegdheid op grond van artikel 6 sub d Rv Pro, dat consumentenbescherming biedt door Nederlandse rechterlijke bevoegdheid toe te kennen bij overeenkomsten met bedrijven die commerciële activiteiten in Nederland ontplooien.

De kantonrechter stelt vast dat Turkish Airlines via haar Nederlandgerichte website en aanwezigheid op Nederlandse luchthavens commerciële activiteiten ontplooit die zich richten op consumenten in Nederland. Dit brengt mee dat de vervoersovereenkomst onder deze activiteiten valt en de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft.

Echter, de kantonrechter concludeert dat hij zelf niet relatief bevoegd is omdat noch eiseres noch Turkish Airlines woonplaats heeft in het arrondissement Noord-Holland. De zaak wordt daarom verwezen naar de rechtbank Rotterdam, locatie Rotterdam, sector kanton, die wel relatief bevoegd is. Eiseres wordt gewezen op haar verplichting Turkish Airlines zelf bij exploot op te roepen voor de zitting bij de bevoegde rechter.

Uitkomst: De kantonrechter verklaart zich onbevoegd en verwijst de zaak door naar de rechtbank Rotterdam.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 8938799 \ CV EXPL 20-10744
Uitspraakdatum: 1 juni 2022
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
[eiser]
wonende te [plaats]
eiseres
verder te noemen: [eiser]
gemachtigde: mr. D. Rezaie
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
Limitid Company (Turkije) Turk Havayollari A.O.
h.o.d.n. Turkish Airlines
statutair gevestigd te Ankara, mede kantoorhoudende te Schiphol,
gedaagde
verder te noemen: Turkish Airlines
gemachtigde: mr. H. Bulut-Yazir

1.Het procesverloop

1.1.
De kantonrechter heeft bij tussenvonnis van 9 februari 2022 [eiser] in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de bevoegdheid van de Nederlandse rechter. Voor het procesverloop tot aan dit tussenvonnis wordt verwezen naar het tussenvonnis.
1.2.
[eiser] heeft hierop op 9 maart 2022 een akte genomen. Turkish Airlines heeft, ondanks daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld, niet tijdig gereageerd.

2.De verdere beoordeling

2.1.
[eiser] stelt bij akte primair dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft op grond van artikel 6 sub d Rv Pro. In artikel 6 aanhef Pro en sub d Rv is bepaald dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft in zaken betreffende een overeenkomst die wordt gesloten door een partij die handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf en een natuurlijke persoon die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf, indien die natuurlijke persoon in Nederland zijn woonplaats of gewone verblijfplaats heeft en de partij die handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf aldaar commerciële of beroepsactiviteiten ontplooit, of dergelijke activiteiten met ongeacht welke middelen richt op Nederland en de overeenkomst onder die activiteiten valt. Deze bepaling bevat een bevoegdheidsgrond ten behoeve van consumentenovereenkomsten.
2.2.
Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat de wetgever artikel 6 en Pro artikel 6a Rv direct ontleend heeft aan artikel 5 EEX Pro-Verordening (artikel 7 Brussel Pro I-bis) en dat het steeds de bedoeling is geweest om een rechtsmachtregeling in te voeren die zoveel mogelijk identiek is aan die van de EEX-Verordening en EVEX, en daarmee dus ook aan Brussel I-bis. Artikel 6 aanhef Pro en sub d Rv is ontleend aan artikel 15 lid 1 aanhef Pro sub c EEX-Vo (nu artikel 17 lid 1 aanhef Pro sub c Brussel I-bis). In artikel 15 lid 3 EEX Pro-Vo (artikel 17 lid 3 van Pro Brussel I-bis) is bepaald dat die afdeling inzake de bevoegdheid bij consumentenovereenkomsten niet van toepassing is op vervoerovereenkomsten. Dat onderdeel van artikel 15 EEX Pro-Vo (artikel 17 Brussel Pro I-bis) heeft de Nederlandse wetgever echter niet overgenomen. Een toelichting daarop ontbreekt in de wetsgeschiedenis. Uit het feit dat in artikel 6 aanhef Pro sub d Rv geen uitzondering is opgenomen voor vervoerovereenkomsten en dit artikel is bedoeld om de rechtsbescherming van de consument te vergroten, leidt de kantonrechter af dat ook vervoerovereenkomsten met consumenten daaronder vallen.
2.3.
Niet in het geschil is dat [eiser] te beschouwen is als een consument. De vraag is of Turkish Airlines commerciële activiteiten in Nederland ontplooit of dergelijke activiteiten met ongeacht welke middelen richt op Nederland en de overeenkomst onder die activiteiten valt als bedoeld in artikel 6 aanhef Pro en sub d Rv. Vanwege het feit dat artikel 6 aanhef Pro en sub d Rv is ontleend aan artikel 15 lid 1 aanhef Pro sub c EEX-Vo kan voor de uitleg van artikel 6 aanhef Pro en sub d Rv worden aangesloten bij de jurisprudentie van het HvJ EU. Ingevolge uitspraken van het HvJ EU (HvJ EU 7 december 2010, gevoegde zaken C-585/08 (Pammer) en C 144/09 (Alpenhof)) dient de nationale rechter met inachtneming van alle omstandigheden van het concrete geval te beoordelen of commerciële of beroepsactiviteiten worden ontplooid die zich richten op de lidstaat waar de consument woonplaats heeft.
2.4.
[eiser] stelt dat Turkish Airlines commerciële of beroepsactiviteiten ontplooit in Nederland en de vervoersovereenkomst onder die activiteiten valt. Turkish Airlines heeft via haar website (die toegankelijk is voor [eiser] en andere die woonachtig zijn in Nederland) haar wil tot uitdrukking gebracht om commerciële betrekkingen met consumenten in Nederland aan te knopen, aldus [eiser]. Zo kan een inwoner van Nederland op de website van Turkish Airlines als land/regio Nederland kiezen en vervolgens uit twee luchthavens, Rotterdam en Schiphol, kiezen. Daarnaast kunnen andere talen en munteenheden worden gekozen en staat op de website een telefoonnummer met een internationaal kengetal, aldus nog steeds [eiser]. Turkish Airlines heeft door niet te reageren, voorgaande niet betwist.
2.5.
Gelet op bovenstaande concludeert de kantonrechter dat Turkish Airlines commerciële activiteiten in Nederland ontplooit en zich op de Nederlandse markt richt met als doel om commerciële betrekkingen aan te gaan met consumenten in Nederland.
Deze activiteiten zien op het verkopen van vliegtickets, zodat de onderhavige overeenkomst onder die activiteiten valt. Gelet op het voorgaande en het feit dat [eiser] in Nederland woont, volgt uit artikel 6 aanhef Pro en onder d Rv dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft.
2.6.
Vervolgens dient te worden beoordeeld of de kantonrechter van de rechtbank Noord-Holland relatief bevoegd is. Dat is niet het geval. Vast staat immers dat Turkish Airlines en [eiser] geen woonplaats hebben in het arrondissement van de rechtbank Noord-Holland.
2.7.
Voor zover [eiser] betoogt dat kantonrechter van de rechtbank Noord-Holland eveneens relatief bevoegd is op grond van artikel 6 aanhef Pro en onder e Rv overweegt de kantonrechter dat de Nederlandse rechter eveneens rechtsmacht heeft in zaken betreffende verbintenissen uit onrechtmatige daad, indien het schadebrengende feit zich in Nederland heeft voorgedaan of kan voordoen. Gelet op hetgeen door partijen in het geschil is gebracht ontbreken aanwijzingen dat het schadebrengende feit zich in Nederland, te Schiphol, binnen het arrondissement van de rechtbank Noord-Holland, zich heeft voorgedaan.
2.8.
De kantonrechter is dan ook relatief onbevoegd om van de vordering van de [eiser] kennis te nemen. Wel is de rechter van de woonplaats van [eiser] op grond van artikel 101 Rv Pro bevoegd. Op grond van artikel 110 lid 2 Rv Pro dient de kantonrechter de zaak te verwijzen naar de bevoegde rechter, te weten de rechtbank Rotterdam, locatie Rotterdam, sector kanton. De kantonrechter zal de zaak dan ook - in de stand waarin deze zich thans bevindt - verwijzen naar de rechtbank Rotterdam, locatie Rotterdam, sector kanton.
2.9.
De kantonrechter wijst [eiser] er op dat deze Turkish Airlines zelf moet oproepen bij exploot tegen de dag waarop zij de zaak ter rolle van de bevoegde rechter wil doen dienen. Dit volgt uit artikel 74 lid 1 jo Pro artikel 110 lid 2 Rv Pro.

3.Beslissing

De kantonrechter:
3.1.
verklaart zich onbevoegd van de zaak kennis te nemen;
3.2.
verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de rechtbank Rotterdam, locatie Rotterdam, sector kanton.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter