Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Vordering en procesverloop
2.Schikking ex artikel 511c Sv
3.Beoordeling
4.Beslissing
de ontnemingszaak van rechtswege is geëindigd.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Holland
De officier van justitie vorderde op 10 september 2019 ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ter hoogte van €722.389,68 van de verdachte. De zaak werd aangebracht bij de rechtbank Noord-Holland, waar de verdachte werd opgeroepen voor een zitting op 12 oktober 2021. Na behandeling van onderzoeksverzoeken werd het onderzoek geschorst en later hervat op 8 april 2022.
Kort voor aanvang van deze zitting werd een schriftelijke schikking getroffen tussen de officier van justitie en de verdachte op grond van artikel 511c Sv. De verdachte deed afstand van diverse in beslag genomen voertuigen, luxe goederen en geldbedragen, die werden overgedragen aan de Nederlandse Staat. Tevens zag de verdachte af van strafvorderlijke vergoedingen en fiscale aftrekmogelijkheden.
De rechtbank stelde vast dat aan de voorwaarden van de schikking was voldaan en dat de ontnemingszaak daardoor van rechtswege is geëindigd conform artikel 6:4:18 Sv Pro. De rechtbank bevestigde dat een ontnemingsprocedure normaliter met een rechterlijke uitspraak wordt afgesloten, tenzij een schikking ex artikel 511c Sv is getroffen en nagekomen.
De rechtbank besloot daarom de ontnemingszaak tegen de verdachte als beëindigd te beschouwen, zonder verdere rechterlijke uitspraak over de ontnemingsvordering.
Uitkomst: De ontnemingszaak is van rechtswege beëindigd na het sluiten en nakomen van een schikking ex artikel 511c Sv.