ECLI:NL:RBNHO:2022:5046
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak medeplichtigheid aan handel in cocaïne en MDMA wegens onvoldoende bewijs
De verdachte werd beschuldigd van medeplichtigheid aan de handel in cocaïne en MDMA door zijn woning ter beschikking te stellen voor het verpakken en bewaren van deze middelen. De officier van justitie stelde dat uit communicatie en meldingen bleek dat de woning werd gebruikt voor drugshandel en dat de verdachte hiervan op de hoogte was.
De verdediging voerde aan dat de woning niet door de verdachte was ter beschikking gesteld, maar juist aan hem beschikbaar was gesteld, en dat er geen bewijs was dat de woning werd gebruikt voor drugshandel. De rechtbank oordeelde dat het dossier onvoldoende bewijs bevat om de tenlastelegging wettig en overtuigend vast te stellen.
De rechtbank stelde vast dat de huurder de woning aan een medeverdachte had gegeven en dat de verdachte slechts tijdelijk onderdak had. Er werd geen verpakkingsmateriaal gevonden en de gesprekken konden niet zonder twijfel worden geïnterpreteerd als verwijzingen naar harddrugs. Daarom sprak de rechtbank de verdachte vrij van medeplichtigheid aan handel in cocaïne en MDMA.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van medeplichtigheid aan handel in cocaïne en MDMA wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.