De moeder verzocht de rechtbank om de schriftelijke aanwijzing van 8 maart 2022, die de omgang met haar kinderen beperkte, gedeeltelijk te laten vervallen en een nieuwe omgangsregeling vast te stellen die meer in het belang van de minderjarigen is. De kinderen verblijven deels bij hun vader(s) en deels in een gezinshuis. Er loopt een NIFP-onderzoek naar het perspectief van de kinderen, dat nog niet is afgerond en waartegen hoger beroep is ingesteld.
De rechtbank oordeelde dat de schriftelijke aanwijzing onvoldoende was gemotiveerd en dat de omgangsregeling te beperkt was, gezien het belang van het behoud van de hechtingsband tussen moeder en kinderen. De moeder had voor de coronaperiode vaker contact met de kinderen en de huidige regeling was een belemmering voor het tonen van haar opvoedvaardigheden.
De rechtbank stelde een nieuwe begeleide omgangsregeling vast: [minderjarige 1] krijgt eens per 14 dagen twee uur omgang met de moeder plus een wekelijks beeldbelcontact; [minderjarige 2] krijgt wekelijks twee uur omgang; en [minderjarige 3], de jongste, krijgt twee keer per week twee uur omgang, waarvan één moment alleen met moeder. De overige afspraken uit de schriftelijke aanwijzing blijven van kracht. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en hoger beroep is mogelijk.