Verzoeker heeft verzocht het bij beschikking van 8 mei 2003 ingestelde bewind over zijn goederen op te heffen. Hij stelt dat het bewind niet meer bestaat omdat hijzelf en Nederland niet bestaan en hij erkent de Nederlandse wetten niet. Verzoeker wil zelf over zijn rekeningen beschikken en vertrouwt het systeem niet. De bewindvoerder voert verweer en stelt dat verzoeker onverstandige keuzes zou maken zonder bewind.
De kantonrechter overweegt dat Nederland als onafhankelijke staat juridisch bestaat en dat de Grondwet en wetten geldig zijn. De regels gelden voor inwoners en worden gehandhaafd door de rechtsprekende macht, waaronder de kantonrechter. Het bestaan van verzoeker is niet ontkend in de basisadministratie. Het bewind is destijds geldig ingesteld en is nog steeds noodzakelijk omdat verzoeker weigert zich aan wettelijke verplichtingen zoals belastingbetaling en zorgverzekering te houden.
Het wegvallen van het bewind zou leiden tot niet-nakoming van verplichtingen, schulden en mogelijke beslaglegging. De bewindvoerder kan haar taken nog uitvoeren, waardoor het bewind zinvol blijft. Daarom wijst de kantonrechter het verzoek tot opheffing af.