ECLI:NL:RBNHO:2022:5383
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing hoofdverblijfplaats en voorlopige zorgregeling minderjarige met inzet hulpverlening
Partijen, voormalig partners en gezamenlijk gezagdragend over hun minderjarige kind, hebben overeenstemming bereikt over de hoofdverblijfplaats van het kind bij de man. De vrouw stemt hiermee in en het belang van het kind verzet zich hier niet tegen. De rechtbank brengt hiermee de juridische situatie in overeenstemming met de feitelijke woonplaats van het kind.
De zorgregeling wordt voorlopig vastgesteld waarbij het kind om de week op zaterdag bij de vrouw verblijft en er wekelijkse telefonische contactmomenten zijn. Partijen zijn het eens over een kinderbijdrage van €50 per maand, met ingang van 1 februari 2022, te betalen door de vrouw aan de man.
De rechtbank erkent dat de vrouw een lastige periode heeft doorgemaakt en dat het contact met het kind beperkt was. De Raad voor de Kinderbescherming benadrukt het belang van regelmatige omgang en goede communicatie, en adviseert inzet van hulpverlening. Partijen zijn hiermee akkoord en worden doorverwezen naar het lokale gemeenteteam voor ondersteuning.
De behandeling van de zorgregeling wordt pro forma aangehouden tot 21 december 2022 in afwachting van de resultaten van de hulpverlening. Partijen dienen de rechtbank schriftelijk te informeren over de voortgang en eventuele vervolgverzoeken. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan met tussenkomst van een advocaat in hoger beroep worden aangevochten.
Uitkomst: Hoofdverblijfplaats bij de man vastgesteld, voorlopige zorgregeling en kinderbijdrage vastgesteld, met inzet van hulpverlening.