Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Procedure
- een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel;
- de medische verklaring van 14 juni 2022;
Rechtbank Noord-Holland
De officier van justitie verzocht op 15 juni 2022 bij de rechtbank Noord-Holland om voortzetting van een crisismaatregel die op 14 juni 2022 door de burgemeester van Haarlem aan betrokkene was opgelegd. De mondelinge behandeling vond plaats op 17 juni 2022, waarbij betrokkene, haar advocaat, familieleden en medische deskundigen werden gehoord. De officier van justitie was niet aanwezig.
De rechtbank stelde vast dat voor voortzetting van de crisismaatregel een ernstig vermoeden van een psychische stoornis vereist is die de onmiddellijke dreiging van ernstig nadeel veroorzaakt. Tijdens de zitting bleek dat er geen aanwijzingen waren voor een dergelijke stoornis bij betrokkene. De medische verklaring werd niet bevestigd door de aanwezige behandelaars en deskundigen.
Daarnaast was voortzetting van de maatregel niet langer noodzakelijk. Betrokkene gaf aan geen doodswens te hebben en wilde graag de accommodatie verlaten, hetgeen door haar behandelaar werd ondersteund. Gezien deze omstandigheden concludeerde de rechtbank dat niet aan de wettelijke criteria voor voortzetting was voldaan en wees het verzoek af.
Uitkomst: Het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel wordt afgewezen wegens ontbreken van een vermoeden van een psychische stoornis en het ontbreken van noodzaak.