ECLI:NL:RBNHO:2022:5857

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
15 juni 2022
Publicatiedatum
6 juli 2022
Zaaknummer
C/15/328950 / JU RK 22-912
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:265c BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot uithuisplaatsing jonge baby na schending veiligheidsafspraken

Na intrekking van een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing verzocht de gecertificeerde instelling (GI) opnieuw om uithuisplaatsing van een jonge baby, op basis van nieuwe informatie uit telefoontaps waaruit bleek dat de ouders zich niet aan veiligheidsafspraken hielden.

De ouders erkenden een enkele schending van het zes ogenbeleid op 14 mei 2022, veroorzaakt door bijzondere omstandigheden zoals een familiebruiloft, maar gaven aan sindsdien volledig mee te werken en de afspraken na te leven. De kinderrechter nam dit standpunt serieus en concludeerde dat de schending niet ernstig genoeg was om opnieuw tot uithuisplaatsing over te gaan.

De kinderrechter benadrukte dat sinds de terugplaatsing op 9 juni 2022 de ouders zich aan de veiligheidsafspraken houden en dat recente medische onderzoeken geen nieuw letsel aan het licht brachten. Het verzoek van de GI werd daarom afgewezen omdat uithuisplaatsing niet noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige.

Uitkomst: Het verzoek tot uithuisplaatsing van de minderjarige wordt afgewezen omdat de ouders zich aan de veiligheidsafspraken houden en uithuisplaatsing niet noodzakelijk is.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Alkmaar
Zaaknummer: C/15/328950 / JU RK 22-912
Datum uitspraak: 15 juni 2022
Beschikking van de kinderrechter over de afwijzing van een verzoek machtiging uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering,hierna te noemen de GI, gevestigd te Alkmaar.
betreffende
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in de gemeente [gemeente] , hierna te noemen [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende(n) aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende te [plaats] ,
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende te [plaats] .

1.Het procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoek van de GI van 14 juni 2022, ingekomen bij de griffie op 15 juni 2022;
- het aangepaste verzoek van de GI van 15 juni 2022.
1.2.
Op 20 juni 2022 heeft de kinderrechter de zaak tijdens de mondelinge behandeling met gesloten deuren behandeld.
Verschenen en gehoord zijn:
- de ouders, bijgestaan door hun advocaat mr. E.B. Warmerdam-Wolfs, kantoorhoudende te Alkmaar,
- namens de GI, [vertegenwoordiger van de GI] en [vertegenwoordiger van de GI] .

2.De feiten

2.1.
Het ouderlijk gezag over [de minderjarige] wordt uitgeoefend door de ouders.
2.2.
[de minderjarige] woont bij haar ouders.
2.3.
Bij beschikking van 1 juni 2022 is [de minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld tot 1 september 2022. Tevens is bij beschikking van 1 juni 2022 een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] voor de duur van vier weken verleend.
2.4.
Bij beschikking van 9 juni 2022 heeft de kinderrechter de spoedmachtiging tot uithuisplaatsing per direct ingetrokken.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt nu opnieuw om de uithuisplaatsing van [de minderjarige] , te weten voor de duur van de ondertoezichtstelling.
3.2.
Ter onderbouwing van het verzochte heeft de GI het volgende naar voren gebracht. Nadat de kinderrechter op 9 juni 2022 de spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] heeft ingetrokken, is er op maandag 13 juni 2022 nieuwe verontrustende informatie beschikbaar gekomen van het Openbaar Ministerie (hierna: OM) over telefoontaps van de ouders. Omdat de tapverslagen op de zitting van 9 juni 2022 nog geheim waren, konden deze niet worden meegenomen in de beoordeling. De GI is van mening dat vanuit het veiligheidsbelang voor [de minderjarige] deze verslagen moeten worden meegenomen in de beoordeling of zij weer bij haar ouders kan wonen.
Uit de telefoontaps blijkt dat de ouders zich niet dan wel onvoldoende hebben gehouden aan de eis voor een zes ogenbeleid omwille van de veiligheid van [de minderjarige] . Hieruit kan blijken dat de ouders onvoldoende open staan voor hulpverlening en daarnaast is duidelijk geworden dat zij cruciale informatie niet delen met de hulpverlening. Om die reden is het volgens de GI noodzakelijk dat [de minderjarige] met spoed in een crisispleeggezin wordt geplaatst.

4.Het standpunt van de belanghebbenden

4.1.
De ouders zijn het niet eens met het verzoek. Ter zitting is door of namens de ouders naar voren gebracht dat het zes ogenbeleid op 13 mei 2022 is ingegaan. De bewuste informatie uit de telefoontaps ziet op 14 mei 2022, één dag nadat het zes ogenbeleid (dat met behulp van familieleden zou worden vormgegeven) was ingegaan. Binnen de familie van de ouders was op 14 mei 2022 een bruiloft, waardoor het lastig was om iemand te vinden die bij de ouders kon blijven. Uiteindelijk kon er een nichtje langskomen en daarna konden de ouders naar een oom en tante. In de tussentijd stond Veilig Thuis voor de deur om te controleren of de ouders zich hielden aan de veiligheidsafspraken. De ouders geven toe dat zij toen niet hebben open gedaan voor Veilig Thuis, dat er gedurende 10 minuten geen derde paar ogen aanwezig is geweest en dat zij met het nichtje hebben besproken dat zij zou vertellen dat zij er wel was. Dit is echter de enige keer geweest dat zij zich niet aan de afspraken hebben gehouden. De GI had eerst de ouders kunnen vragen wat er aan de hand was alvorens een nieuwe machtiging tot uithuisplaatsing te vragen.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat de uithuisplaatsing van [de minderjarige] niet noodzakelijk is in het belang van haar verzorging en opvoeding, zoals genoemd in artikel 1:265c, tweede lid, Burgerlijk Wetboek. Doorslaggevend hiervoor is dat ter zitting duidelijk is geworden dat de ouders zich sinds de terugplaatsing van [de minderjarige] op 9 juni 2022 aan de veiligheidsafspraken hebben gehouden. Verder acht de kinderrechter van belang dat de recent gemaakte skeletfoto van [de minderjarige] geen nieuw letsel aan het licht heeft gebracht.
De kinderrechter heeft er begrip voor dat de GI schrikt van een melding van het OM over het schenden van veiligheidsafspraken door de ouders. Maar ter zitting hebben de ouders geloofwaardig verklaard wat de achtergrond is van deze melding en niet is gebleken dat de ouders daarna nog de veiligheidsafspraken hebben geschonden. De kinderrechter acht de schending van de veiligheidsafspraken op 14 mei 2022, zo kort nadat de afspraken waren ingegaan, niet alarmerend genoeg om [de minderjarige] opnieuw uit huis te plaatsen. De ouders stellen zich in het kader van de voorlopige ondertoezichtstelling medewerkend op.
5.2.
De kinderrechter wijst het verzoek van de GI af.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
wijst het verzoek af.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 15 juni 2022 door mr. W.P. van der Haak, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. J.E. Bos, als griffier. Deze beslissing is schriftelijk vastgesteld op 29 juni 2022.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Amsterdam.