ECLI:NL:RBNHO:2022:5911
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag op staande voet vernietigd wegens ontbreken onverwijlde mededeling dringende reden
Partijen hadden een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Op 1 mei 2022 ontstond een conflict op de werkvloer, waarna de werkgever de politie inschakelde en de werknemer naar huis stuurde. Op 3 mei 2022 deed de werkgever aangifte van bedreiging tegen de werknemer. Op 5 mei 2022 ontving de werknemer een brief met het ontslag op staande voet, waarbij werd verwezen naar een ontoelaatbaar delict op 1 mei, zonder nadere specificatie.
De werknemer stelde dat het ontslag niet rechtsgeldig was omdat de dringende reden niet onverwijld was medegedeeld en betwistte de reden zelf. De werkgever stelde dat de mededeling wel onverwijld was gedaan, mede omdat hij de brief na advies van zijn boekhouder opstelde.
De kantonrechter oordeelde dat de mededeling niet onverwijld was, omdat de werknemer niet direct duidelijk was welke gedragingen tot het ontslag leidden en er geen gesprek was gevoerd. De verklaringen van de werkgever werden gemotiveerd betwist door de werknemer, waardoor in kort geding niet kon worden vastgesteld welke versie juist was.
Daarom achtte de kantonrechter aannemelijk dat het ontslag op staande voet in de bodemprocedure zal worden vernietigd en dat de arbeidsovereenkomst voortduurt. De werknemer werd toegelaten tot zijn werk en kreeg loon toegekend vanaf 1 mei 2022. De proceskosten werden aan de werkgever opgelegd.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet wordt vernietigd en de werknemer wordt toegelaten tot zijn werk met loonbetaling vanaf 1 mei 2022.