Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Het procesverloop
2.De feiten
(kantonrechter: waarmee is bedoeld [gedaagde] )al geld heeft gekregen.
Rechtbank Noord-Holland
Partijen, ex-echtgenoten, hebben vorderingen tegen elkaar ingesteld betreffende de verdeling van een compensatie kinderopvangtoeslag en cryptocurrency die tijdens het huwelijk zijn verkregen. De kantonrechter acht zich bevoegd omdat de geldvorderingen onder de € 25.000 blijven.
De rechtbank heeft vastgesteld dat [gedaagde] € 30.000 aan compensatie kinderopvangtoeslag heeft ontvangen, waarvan de helft aan [eiser] toekomt vanwege het fiscaal partnerschap en de ontbonden gemeenschap van goederen. Daarnaast is vastgesteld dat [eiser] cryptocurrency bezit die tijdens het huwelijk is aangeschaft, met een waarde van € 223,22, waarvan de helft aan [gedaagde] toekomt.
De kantonrechter wijst de vordering van [eiser] toe tot betaling van € 15.000 plus wettelijke rente vanaf 19 oktober 2021 en veroordeelt [eiser] tot betaling van € 111,61 aan [gedaagde]. Partijen dragen ieder hun eigen proceskosten. Verzoeken tot betalingsregelingen worden afgewezen omdat de kantonrechter daartoe niet bevoegd is.
De uitspraak is uitvoerbaar bij voorraad en de overige vorderingen worden afgewezen.
Uitkomst: De kantonrechter wijst de vorderingen toe en veroordeelt tot betaling van € 15.000,- plus rente en € 111,61 betreffende cryptocurrency, met ieder eigen proceskosten.