Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige douanekamer van 6 juli 2022 in de zaken tussen
[eiseres] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres,
de inspecteur van de Belastingdienst/Douane, kantoor Breda, verweerder.
Procesverloop
“het uitblijven van het nemen van de beschikking(en) en de weigering om de goederen vrij te geven” inzake dertien aangiften.
“Overigens kan belanghebbende in plaats van het stellen van de aanvullende zekerheid verzoeken om de onmiddellijke mededeling van de douaneschuld die op de zendingen van toepassing kan zijn (artikel 244, tweede alinea, UVo.DWU).”
“Belanghebbende overweegt daarom nu te kiezen voor de in artikel 244 tweede Pro volzin UVo.DWU genoemde mogelijkheid. Zij verlangt daarom een kennisgeving als bedoeld in artikel 22, lid 6 DWU en wil graag van de inspecteur vernemen waarom hij de transactiewaarde verwerpt en hoe hij vervolgens komt tot de douanewaarde. Belanghebbende heeft dan de mogelijkheid kennis te nemen van de zienswijze van de inspecteur en kan daar dan tegen ageren.”
“Wij hebben verzocht om de kennisgeving voor een UTB uit te brengen zodat op zijn minst duidelijk wordt hoe de Douane nu komt tot een correctie en daarmee een rechtsgang kan worden gecreëerd. Ook dit laat de Douane echter na. Dat betekent dus ook dat vooralsnog geen enkel rechtsmiddel kan worden ingesteld. (…) We zijn inmiddels zo ver dat we de Douane, danwel de Staat der Nederlanden, zullen moeten gaan dagvaarden c.q. een rechtsmiddel zullen moeten gaan instellen tegen het niet nemen van een beschikking.”
welke verband houdt met de douanewetgeving die door een douaneautoriteit over een bepaald geval wordt genomen en die voor de betrokken persoon of betrokken personen rechtsgevolgen heeft”in de zin van artikel 5, negendertigste lid, van het DWU en artikel 44 van Pro het DWU. Het is slechts een onderdeel van het proces van de verificatie van de douaneaangiften, ter vaststelling, mededeling en inning door de douane van de uiteindelijke douaneschuld.
“dat de Douanekamer van de rechtbank Haarlem bij uitsluiting bevoegd is om van de bezwaren (…) tegen de niet-vrijgave van goederen kennis te nemen.”Naar de mening van verweerder is dat een terecht oordeel.