ECLI:NL:RBNHO:2022:606

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
14 januari 2022
Publicatiedatum
28 januari 2022
Zaaknummer
9567403 WM
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Matiging van opeenstapeling van bestuurlijke boetes voor handelen in strijd met geslotenverklaring

Betrokkene is meerdere malen beboet voor het handelen in strijd met een geslotenverklaring in beide richtingen. Tegen deze boetes is beroep ingesteld bij de officier van justitie, die deze beroepen ongegrond of niet-ontvankelijk verklaarde. Betrokkene stelde vervolgens beroep in bij de kantonrechter.

De kantonrechter constateert dat de verschillende gedragingen als afzonderlijke overtredingen moeten worden beschouwd, waarvoor telkens een sanctie kan worden opgelegd. Echter leidt de opeenstapeling van sancties tot een onevenredig hoog totaalbedrag. Daarom acht de kantonrechter matiging van de sancties op zijn plaats.

De eerste opgelegde sanctie blijft gehandhaafd, terwijl de tweede en daaropvolgende sancties worden gematigd tot nihil. De kantonrechter verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond en wijzigt de beslissing van de officier van justitie dienovereenkomstig. Tevens wordt bepaald dat de betaalde zekerheidstelling aan betrokkene wordt terugbetaald.

Uitkomst: De eerste boete blijft in stand en de daaropvolgende boetes worden gematigd tot nihil.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 9567403 \ WM VERZ 21-692
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 14 januari 2022
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 14 januari 2022. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: als bestuurder handelen in strijd met een geslotenverklaring in beide richtingen.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.
De kantonrechter stelt vast dat aan betrokkene meerdere sancties zijn opgelegd voor het handelen in strijd met gesloten verklaring. Op zichzelf moeten deze gedragingen worden aangemerkt als aparte en te onderscheiden overtredingen, waarvoor ook telkens een sanctie kan worden opgelegd. Daarbij is van belang dat betrokkene had kunnen en daarom ook moeten weten dat een parkeervergunning niet hetzelfde is als een ontheffing om een geslotenverklaring te negeren. De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft ter zitting voorgesteld om de boete te matigen naar nihil. De kantonrechter volgt het voorstel van de zittingsvertegenwoordiger van de CVOM en ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd aanleiding om de boete te matigen. Een opeenstapeling van sancties leidt echter tot een onevenredig hoog totaalbedrag aan sancties. Gelet daarop is matiging van de sancties op zijn plaats, in die zin dat de eerste sanctie ([nummer]) in stand wordt gelaten en dat vervolgens de tweede en iedere daarop volgende sanctie wordt gematigd tot nihil.
Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beslissing van officier van justitie zal worden gewijzigd.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie, in die zin dat de boete wordt gematigd tot nihil;
‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Voogd, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: