Eiseres maakte bezwaar tegen het besluit van de burgemeester van Haarlem om de eerste verdieping van haar pand te sluiten vanwege een overtreding van coronamaatregelen tijdens een pokerbijeenkomst op 6 maart 2021. De politie constateerde dat aanwezigen de afstandsregels niet naleefden en onder invloed waren van alcohol, wat volgens de burgemeester een ernstige vrees voor onmiddellijke verspreiding van het coronavirus rechtvaardigde. De sluiting werd aanvankelijk voor vijf weken bevolen.
De rechtbank oordeelde dat artikel 58n van de Wet publieke gezondheid (Wpg) een tijdelijke sluitingsbevoegdheid geeft die gericht is op het beëindigen van een acute situatie en niet bedoeld is als herstelsanctie of preventieve maatregel voor toekomstige overtredingen. Uit het dossier bleek dat de overtreding op 6 maart een eenmalig incident was en dat de bijeenkomst direct werd beëindigd, waardoor de ernstige vrees voor verspreiding was weggenomen.
Verder concludeerde de rechtbank dat de langdurige sluiting van vijf weken niet noodzakelijk was en niet in verhouding stond tot het doel van het besluit. Het proces-verbaal over een vermeende eerdere overtreding in februari 2021 werd niet toegelaten als bewijs vanwege de late opstelling en onduidelijkheid over de datum. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en herroept de primaire besluiten, en veroordeelde de gemeente tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.